Kijkend naar wedstrijdanalyses bij hockey en voetbal, blijkt dat in deze takken van sport intensieve inspanningsperiodes, waarbij men met hoge snelheid loopt of sprint, worden afgewisseld met relatieve rustperiodes: periodes waarin men wandelt of even stilstaat. Vanuit dit gedachtegoed is aan de faculteit Bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen een protocol ontwikkeld, waarbij je deze vorm van inspanning, het a-cyclisch aëroob uithoudingsvermogen, kan meten. Dit is de Interval Shuttle Run Test geworden. 

Per speler wordt een traject uitgezet, waarbij twee pylonen op een afstand van 20 meter tegenover elkaar staan. Tussen deze twee pylonen wordt op en neer gelopen tijdens de test. Aan beide kanten wordt een gebied afgebakend van 8 meter, waar op en neer gewandeld wordt. Aan de binnenzijde van de beide pylonen wordt op 3 meter nog een pylon geplaatst, die te onderscheiden moet zijn van de pylonen, die de 20 meter markeren (zie afbeelding) 


Uitvoering:
De speler wordt geïnstrueerd aan de hand van een audio-cd en loopt op en neer tussen de twee pylonen op 20 meter. De periodes van op en neer lopen, worden afgewisseld door rustperiodes (dit is het kenmerkende verschil met de meeste andere conditietests). De speler wandelt dan rustig op en neer in het afgebakende gebied van 8 meter na de pylon op 20 meter. De test begint op een snelheid van 10 km/h en per blok neemt de snelheid toe. De proefpersonen kunnen de test met of zonder hartslagmeter lopen. Wanneer men zonder hartslagmeter loopt, loopt men de test maximaal, dus tot men niet meer kan. Het aantal gehaalde trajecten is de score voor de test. De test kan met een hartslagmeter ook submaximaal gelopen worden. Dit gebeurt dan tot een van te voren vastgestelde trap. De hoogte van hartfrequentie bij die trap is de uitslag van de test.

Normering
Omdat nog weinig gegevens bekend zijn, is het op dit moment nog lastig om een normering aan te geven. Vooral wanneer men de test submaximaal loopt, dus met gebruik van hartslagmeters, moet men de eerste meting als nulmeting gebruiken. Hieronder staan een aantal gemiddelden, gemeten bij voetbal en hockey op verschillende niveaus bij een maximaal gelopen test. Deze gegevens kunnen trainers en coaches gebruiken als eerste richtpunt voor het beoordelen van hun ploeg.
Hockey heren:

Voetbal heren: bbbbbbbbbbbbnnnnnn
Hoofdklasse 121,4
Professionals 110,5 ± 11,72
Eerste klasse 94,5 New Cell Hoog niveau amateurs 98,3 ± 14,66
Tweede klasse 91,4
Lagere amateurs 93,5 ± 16,08