Afbeelding invoegen
 
       
 
De coach en zijn training
 
#Beginsituatie
#Organisatie
#Kern van een les
#Lesopbouw/indeling
#Warming-up
#Arbeidsintensiteit
#Leerstof
#Het leerproces
#Didactisch
#Coaching
#Aandachtspunten

 
#Beginsituatie
 


Opmerkingen bij het plannen van trainingen:
Wanneer je als trainer aan de slag gaat, dien je vooraf op hoofdlijnen een beeld te ontwikkelen van de groep en de trainingssituatie. 
Hierin wordt vastgesteld: het aantal trainingen, aantal ballen en hoedjes, spelers, wat kunnen ze (beginniveau) en wat ga ik ze proberen te leren. (Zie Trainingsplan) Als je het niveau hebt vastgesteld, ga je jezelf afvragen hoe een en ander op een hoger plan te trekken is? Hoe je dat gaat aanpakken (organisatie/ werkvormen) en met welke leerstof dat gaat gebeuren (methodiek). De allerbelangrijkste vraag is echter: hoe breng je de trainingen meer systematisch met elkaar in verband, zodat alle onderdelen met de juiste details aan bod komen en de trainingen variatie vertonen ten opzichte van elkaar.



#Organisatie

Organisatiemomenten: De organisatie van het spel: Een goede organisatie moet leiden tot:
  1. De lesvoorbereiding
  2. Vlak voor de les
  3. De start van de les
  4. Tijdens de les
  5. Het einde van de les
  6. Na de les
  • De organisatie vóór het spel
  • De organisatie tijdens het spel
  • De organisatie na het spel
  • Een veilig verlopende les
  • Een intensief verlopende les
  • Een doelmatig verlopende les
Een goede organisatie is een absolute voorwaarde voor een goede training. Belangrijk in dit kader is de ordening van de ruimte en het gebruik van de hoeveelheid materiaal. Voor de eventuele problemen, die ten aanzien van dit punt kunnen ontstaan. 
Een belangrijk onderdeel van de organisatie vormen de opstellingen. De keuze van de leerstof, het niveau van de groep, het aantal spelers bepalen onder meer met welke opstelling gewerkt kan worden. Het is theoretisch onmogelijk aan te geven wat de juiste is. Eisen, waaraan een gekozen opstelling moet voldoen: Eenvoudig en begrijpelijk. Snel ingenomen kunnen worden. Mag niet gevaarlijk zijn. Men mag geen hinder ondervinden van spelers uit andere groepen. Trainer moet voortdurend een goed overzicht hebben en de spelers moeten de trainer goed kunnen zien. Voordelen van een goede opstelling: a) Spelers kunnen ongestoord werken. b) Werktempo ligt hoog. c) Effectiviteit van de training wordt groter. d) Vanwege het goede overzicht is de gelegenheid tot correctie beter.



#De kern van een les


De kern van een les kan zijn:
  • Een kern
  • Meerdere afzonderlijke kernen
  • Meerdere aan elkaar gekoppelde kernen
  • Kern 1: (bekende) vaardigheden verbeteren en verfijnen
  • Kern 2: het herhalen en toepassen van de vaardigheden uit kern 1
  • Eindvorm (het geleerde terug laten komen in de eindvorm)

0
De kwantiteit van de les =
  • Dosering: hoeveelheid - intensiteit - arbeid/rust verhouding
  • Frequentie: Aantal herhalingen
  • Variatie: veranderingen 
Doel en inhoud
De opvattingen met betrekking tot doel en inhoud van de training zijn de laatste jaren sterk gewijzigd. De huidige tendens is aanpassing met betrekking tot: 
1. De duur van de training in relatie tot bijvoorbeeld de seizoenfase (tussen 2 uur tot 60 minuten) 
2. De intensiteit van de training in relatie tot arbeid rust balans. 
3. De trainingsfrequentie per week (2/3 4 á 5) 
4. De training thematisch aan te pakken. 
De consequentie hiervan is wel, dat vooraf de bedoeling en de inhoud van de training(en) goed met de spelers moet worden doorgesproken. Nogmaals is het van belang te weten dat strekking en duur van de training mede worden bepaald door de leeftijdsopbouw en fase van het team. Te weten: seizoenvoorbereiding seizoenstart tweede helft seizoen naseizoen 



#De lesopbouw en indeling
New Cell
Lesopbouw:
  • Begin: warming-up of inleiding
  • Kern: een of meerdere kernen
  • Einde: cooling-down of speelse vormen

Lesindeling:
Onderscheid wordt gemaakt in trainingen voor: jeugd, prestatieteams, recreanten
New Cell
Jeugdteams t/m onder 13  Prestatieteams
Duur: 60 minuten 
  1. Warming-up (vijf - tien minuten) 
  2. Aanleren van nieuwe technieken/tactieken. (15 minuten) 
  3. Verbeteren van reeds bekende stof. (15 minuten) 
  4. Toepassing in spelvorm (20 minuten) 
  5. Nabespreking. 
Duur: 90/100 minuten 
  1. Warming-up (15/20 minuten) 
  2. Aanleren van nieuwe technieken/tactieken. (25 minuten) 
  3. Verbeteren van reeds bekende stof. (25minuten) 
  4. Toepassing in spelvorm (20 minuten) 
  5. Cooling-down (5 minuten)
  6. Nabespreking.

Recreatieteams:
Duur: 60 t/m 75 minuten
De accenten voor een trainingsles aan recreanten liggen niet zo zeer op het aanleren of verbeteren van techniek of tactiek, maar meer op het 'spelend' bezig zijn. De lesindeling moet dan ook aan dit uitgangspunt worden aangepast. 
  1. Warming-up (5 minuten) 
  2. Aanleren c.q. verbeteren van techniek of tactiek in speelse vormen.(20-25 minuten) 
  3. Spelen. (30-35 minuten)



#Warming-up
New Cell
Functies van de warming-up:
  • Fysiologische functie
  • Psychologische functie
  • Pedagogische functie
Fasen van de warming-up
  • Algemene warming-up
  • Rekken en losmakende oefeningen
  • Specifieke warming-up

Waar moet een goede warming-up aan voldoen? We onderscheiden een warming-up:
1. Losmaken van de dagelijkse beslommeringen. 
2. In de sfeer brengen van de training. 
3. Op temperatuur brengen (veiligheid). 
4. Eenvoudige, gekende stof. 
5. Iedereen moet bezig zijn. 
6. Weinig woorden, veel daden. 
7. Indien mogelijk een aansluiting op het volgende gedeelte van de les.
  • Met bal; spel-, oefen-, wedstrijdvorm. 
  • Zonder bal; lopen, wenden, keren, springen, gymnastiekvormen, stretchen:

Aanbod oefenstof We kunnen de stof aanbieden in 
  1. Oefenvorm; aangegeven wordt, wat gedaan moet worden. Uitvoering en verloop van de oefening zijn geheel omschreven. 
  2. Spelvorm; het toepassen van technische en tactische eenheden in een gericht spel. 
  3. Wedstrijdvorm; het beoefenen van een bepaalde techniek(en) en tactiek(en) in een wedstrijdje; het gaat hier duidelijk om de punten; bijvoorbeeld: dribbel-, schotwedstrijd, wie heeft het eerst ... ? wie heeft de meeste ... ?  



#Arbeidsintensiteit 
Om mogelijke overbelasting tegen te gaan dient de arbeidsintensiteit binnen een training goed verdeeld te worden. Arbeid en actieve rust dienen daarom steeds afgewisseld te worden. 



#Leerstof 
De leerstof moet: 
  1. Een middel zijn om het doel in het trainingsplan te bereiken. 
  2. Aangepast zijn aan het niveau van de groep. 
  3. Een uitdagend karakter hebben. 
  4. Haalbaar zijn. 
  5. Opgebouwd worden van stilstaand naar bewegend; van langzaam naar snel; van eenvoudig naar moeilijk, en 
  6. Van enkelvoudig naar samengesteld (verbinding en/ of combinatie). 
Indeling leerstof: 
  •  Leerstof betreffende algemene en specifieke conditie. 
  •  Leerstof betreffende de psychische conditie; bedoeld wordt die oefenstof, die invloed heeft op: het verwerken van teleurstellingen,  acceptatie- en incasseringsvermogen, zelfbeheersing. Speltechnische vaardigheden; dribbelen, stoppen, pivoteren, doelen etc. 
  •  Oefenstof betreffende prétactische elementen; screens etc. 
  •  Oefenstof ten aanzien van het spelinzicht. 
  •  Tactische facetten; aanvallend en verdedigend; individueel en collectief. 
  •  Oefenstof met betrekking tot de spelregels. 
Leerstofkeuze:
De leerstofkeuze is mede afhankelijk van:
  • trainingsplan 
  • grootte van de groep 
  • prestatieniveau 
  • doel van de groep (recreanten, wedstrijd) 
  • ruimte op het veld 
  • hoeveelheid materiaal 
  • psychische belasting 
  • temperatuur
  • tijdstip van de dag 
  • trainingsfrequentie
  • tijdstip van het jaar 
  • ervaringen, die in de vorige training(en) werden opgedaan 
  • ervaringen, die in gespeelde wedstrijden werden opgedaan 
  • afstemming op de komende wedstrijd 



#Het leerproces
New Cell
  1. We gaan uit van een bepaalde beginsituatie; een trainingsgroep met bepaalde kenmerken. 
  2. De gang van zaken betreft het motorische leren. 
  3. Het proces begint met een gegeven demonstratie en uitleg van datgene, wat we de groep willen leren. (plaatje en praatje) Hierna laten we de groep oefenen (daadje) en observeren of de opdracht als zodanig en de uitvoering ervan begrepen is. Aan de hand van datgene, dat we constateren moeten we eventueel de oefening onderbreken en een algemene (klassikale) correctie plaatsen. Vervolgens wordt weer geoefend en door de trainer individueel gecorrigeerd, Op deze wijze wordt de grove eindvorm bereikt. Hiermee wordt bedoeld: de groep voert bijvoorbeeld het jumpshot redelijk uit. Dit is tevens het ogenblik om te starten met het aanreiken van complexere stof en verbindingen met andere vaardigheden. Met andere woorden: de beweging wordt zodanig geautomatiseerd, dat verondersteld mag worden, dat de speler deze in elke onverwachte wedstrijdsituatie kan toepassen. 
  4. Enige kanttekeningen: Demonstratie De trainer zal vooraf de aandacht van de groep moeten vragen en behouden. Bedenk hierbij, dat aandacht een persoonlijke zaak is. Kletsmajoors moeten dan ook persoonlijk erbij betrokken worden. Het voorbeeld wordt gegeven door de trainer of/en door een speler. De uitleg dient kort en zakelijk te zijn. Geen ellenlang verhaal. Controleer of de demonstratie en de uitleg duidelijk zijn geweest, zodat bij het oefenen geen misverstanden kunnen ontstaan. De volgorde is dus: plaatje, praatje, daadje.
Aantekeningen oefenen:
Stel de groep zodanig op, dat het oefenen een intensief karakter kan hebben.
Denk er aan, dat het oefenen pas dan tot een goed leerresultaat leidt, wanneer er veel herhaald wordt. Dit laatste wil niet zeggen: de oefening eindeloos laten uitvoeren. Men behoudt de aandacht door variatie van oefenstof. (NB: het voortdurend aanbieden van nieuwe stof heeft een beperkt lerend effect!)  Observatie Tijdens het oefenen, beoordeelt de trainer de bewegingen en de tactieken op hun essentiële punten. Om dit te kunnen dient hij inzicht te hebben in de juiste uitvoeringswijze van techniek en tactiek. Pas dan is hij in staat aanwijzingen te geven die kunnen leiden tot een verbeterde uitvoering

Corrigeren
Corrigeren is het verbeteren van foutief denken/ handelen. 
  1. Algemene of klassikale correctie: Wanneer het merendeel van de groep de oefening niet heeft begrepen of verkeerd uitvoert, wordt de oefening onderbroken en gecorrigeerd. Denk er aan, dat zinloos onderbreken storend werkt.
  2. Individuele correctie: De trainer benadert de speler persoonlijk en bespreekt onopvallend wat er fout ging. 
Foutief aanleren
Mogelijke oorzaken: 
  • De trainer gaf een onduidelijke opdracht (slecht uitgelegd of niet goed voorgedaan). 
  • De trainer gaf een te moeilijke opdracht (slechte keuze van de leerstof). 
  • De spelers hebben door slecht te luisteren of onoplettendheid de oefening slecht begrepen. (niet gecontroleerd of niet iedereen heeft opgelet!) De spelers hebben een onvoldoende motorische vaardigheid. 
Mogelijke oplossingen: 
  • Vragen aan een speler hoe hij vindt, dat het gaat en tevens of hij een idee heeft hoe het komt, dat het bijvoorbeeld fout gaat. 
  • De oefening nog eens fout uitvoeren en vragen wat er fout gedaan werd en hoe het wel moet. 
  • De oefening nog eens goed voordoen of laten voordoen. 



#Didactische hulpmiddelen cq. principes 
  • Aanwijzingen en correcties door middel van een voorbeeld (visueel). 
  • Verbale aanwijzingen; met woorden verstrekken van informatie. 
  • Visuele hulp; naast het goede voorbeeld, film, tekening, video. Hierbij wordt het mogelijk een vergelijk te krijgen tussen de uitvoeringswijze en het bewegingsbeeld. 
  • Leertoon: Zorg voor voldoende veiligheidsmaatregelen: - bereid een training goed voor; - toezicht op kleding en schoeisel; ringen, oorbellen, horloges, etc.;

 Didactische vuistregels
Er zijn veel basisvormen om voetbal te leren. Maar de trainer/coach zal met deze basisvormen moeten werken. Hij moet in staat zijn door middel van de basisvormen een extra dimensie aan het leerproces te geven. Iedereen heeft daarbij zijn eigen talent en stijl, maar los daarvan zijn er voor iedereen die leiding geeft een aantal basisregels waarlangs het trainen, het aanleren verloopt. Ook wel didactische vuistregels genaamd. De trainer moet zich voorafgaand aan een training een voorstelling kunnen maken can alle aspecten die met het leerproces te maken hebben die bepalend zijn voor het leren. De trainer/coach zal zich er van bewust moeten zijn hoe hij de spelers instrueert en coacht. Hij moet zich steeds de vraag stellen: Komt mijn verhaal duidelijk over?
  • Hij verwijst bij zijn uitleg naar de wedstrijdsituatie, noemt de betrokken spelers en geeft voorbeelden.
  • Hij stelt de groep zo op, of gaat zo staan dat de spelers niet door dingen achter de rug van de trainer worden afgeleid.
  • De groep staat nooit met het gezicht naar de zon.
  • De trainer/coach praat met de wind mee, vooral als hij een grote afstand moet overbruggen.
  • Hij laat het probleem van de coach, het probleem van de spelers worden. Hij laat de spelers in eigen woorden herhalen.
  • De trainer/coach laat merken dat hem niets ontgaat, hij 'leest' voortdurend situaties mee.


#Positief en systematisch coachen
De neiging bestaat om spelers alleen maar op hun fouten te wijzen. Vaak wordt vergeten spelers te zeggen wat 'goed' doen en hiervoor een complimentje te geven. Los van de positieve motivatie die van een positieve houding uitgaat is het essentieel voor de spelers te weten wanneer hij iets goed doet. Bij fouten ben je niet klaar als je hebt verteld wat de speler 'niet' moet doen: je zult natuurlijk ook duidelijk moeten maken hoe het dan wel moet. Geef ook niet teveel aanwijzingen maar concentreer je op de directe aandachtspunten waar je situatief op in kunt springen, dit geldt zowel voor het team als het individu.

Slot van de les
Om de spelers na de training enigszins tot rust te laten komen is het raadzaam om enige woorden te besteden aan datgene, wat in de les is gebeurd. Het is tevens een geschikt moment om mededelingen te doen over huishoudelijke zaken betreffende de komende wedstrijd. 

#Belangrijke aandachtspunten op een rijtje

Bij een goede organisatie en verloop van een training hoort:
  • een schriftelijke voorbereiding 
  • een goede opbouw van de leerstof en de presentatie ervan 
  • goede opstellingen, waarin het beste geoefend kan worden
  • correctie van de fouten; didactische en pedagogische opmerkingen 
  • veiligheidsmaatregelen 
  • het halen en opbergen van het materiaal
  • samenstellen van de partijen het onderscheid van de partijen
Degene die leiding geeft aan een groep is in eerste instantie verantwoordelijk voor: 
  • de training zelf; leerproces, sfeer, saamhorigheid, veiligheid. 
  • het leerresultaat.
Verder dient rekening te worden gehouden met en/of verantwoording afgelegd te worden aan: 
  • ouders (jeugdgroepen) en of andere familieleden
  • studie- of werksituaties 
  • verenigingsbestuur
  • eventuele sponsor
  • gebruik van accommodatie en materiaal. 
Aan welke kwaliteiten dient u als trainer/coach te voldoen om zeer goed te functioneren:
  • Beginsituatie kunnen vaststellen van de spelers: heterogene of homogene groep
  • Kennis hebben van van specifieke leeftijdskenmerken en het anders zijn
  • Juiste materiaalkeuze: aangepast?
  • Verantwoorde leerstof kunnen kiezen
  • Goede evaluatie kunnen maken
  • Meester zijn in het organiseren
Waar moet een goede training aan voldoen ?
  •  Er moet doelmatig voldoende arbeid worden verricht. 
  •  Er moet iets worden geleerd. 
  •  Men beleeft plezier in datgene wat men doet. 
  •  Er moet in een goede sfeer worden gewerkt. 
  •  De veiligheid en de daarmee samenhangende gezondheid van de speler is gewaarborgd. 
  •  Een training moet vlot en soepel worden georganiseerd. 
Presentatie:
  • Geef les in sportkleding. Stel eisen aan orde en aandacht.
  • Bespreek gevolgen als afspraken niet worden nagekomen.
  • Wees zo consequent mogelijk
  • Houd oog voor belangrijke omstandigheden
  • Praat niet teveel laat de groep werken
  • Tracht aan het verwachtingspatroon van de groep te voldoen
  • Als je om aandacht vraagt controleer, of je die aandacht inderdaad hebt.
  • Geef iedereen evenveel aandacht
  • Stel aan jezelf dezelfde eisen als die je aan de groep stelt
Leertoon:
  • Vriendelijk beschaafd. Duidelijk gearticuleerd.
  • Wissel hard en zacht af. Spreek tegen de hele groep.
  • Gebruik je stem ook om te stimuleren, enthousiasmeren en begeleiden.









#Beginsituatie
#Organisatie
#Kern van een les
#Lesopbouw/indeling
#Warming-up
#Arbeidsintensiteit
#Leerstof
#Het leerproces
#Didactisch
#Coaching
#Aandachtspunten