Afbeelding invoegen
 

De vijf bouwstenen van het didactisch proces
 
Om het proces van uitvoering goed te laten verlopen zijn er vijf bouwstenen voorhanden:
  1. De context (omstandigheden van lesgeven)
  2. De spelersgroep (aan wie les geven en hoe leren zij)
  3. Doelstelling (wat wil ik bereiken)
  4. Procedures en methoden (hoe ga ik te werk)
  5. De trainer/coach (sturen, communiceren en motiveren)




Binnen de context van het didactisch proces zult u zich de volgende vragen moet stellen:
Fysieke omgeving: Sociale omgeving:
  • Waar ga ik lesgeven, binnen of buiten (zaal of veld)?
  • Hoe is de staat van veld of zaal? 
  • Wat zijn de afmetingen van de trainingsruimte?
  • Is het een veilige ruimte?
  • Wat is de weersverwachting (is er een plan B bij afgelasting)?
  • Is er didactisch materiaal aanwezig? (pylonnen, hoedjes, hesjes, ballen, doeltjes etc.)
  • Hoe is de staat van het didactisch materiaal?
  • Recreatief of prestatie?
  • Wat zijn de verwachtingen?
  • Zijn er ouders aanwezig?
  • Is er publiek aanwezig?


  • Wie zijn de spelers: jongens, meisjes, senioren, veteranen, personen met een beperking of handicap?
  • Uit hoeveel spelers bestaat de spelersgroep?
  • Wat is de leeftijd van de spelersgroep?
  • Wat is het niveau van de spelersgroep?
  • Is het een heterogene(verschillend niveau) of homogene(allen op zelfde niveau) groep? 
  • Met welke intentie doen zij aan voetbal?
  • Wat is de algemene lichamelijke conditie van de groep?
  • Hoe leren zij?
  • Op welke manieren nemen zij informatie op: 1. vanuit de situatie omgeving of omgeving - 2. vanuit de beweging - 3. vanuit de trainer (verbaal, visueel, directe hulp?)
  • Differentiatie

  • Differentiatie is de wijze waarop een trainer met de verschillen tussen de spelers omgaat. Het doel is om alle spelers een bepaald niveau te laten behalen door te variëren in zaken als instructiewijze en instructietijd. Differentiatie is rekening houden met. Door de spelers laten sporten op hun eigen niveau, tempo en interesse. Dit geeft de spelers meer plezier en motivatie. 
  • Er zijn drie basisbehoeften waaraan moet worden voldaan om goed te functioneren in een groep: 1. behoefte aan veiligheid, 2. behoefte aan invloed, 3. behoefte aan persoonlijk contact.
Op welke manieren kun je als trainer informatie overbrengen:
  • Informatie vanuit de situatie of omgeving: spelers ervaring laten opdoen, iets uitdagend.
  • Informatie vanuit beweging: beweging die ze uitvoeren door resultaten bv.
  • Informatie vanuit de lesgever: soms directe informatie (bv gevaarelementen), soms met interactie van de spelers.
  • Verbale informatie: het uitleggen en bijsturen.
  • Verbale informatie: voordoen, video...enz.
  • Directe hulp: levert snel resultaat op




Soorten van doelstellingen:
---
  • Doelstellingen op korte of lange termijn
  • Bereikbaar of onbereikbaar: moeilijke of te gemakkelijke doelen
  • Motorisch, cognitief of sociaal: motorisch = uitvoerbaar door beweging of handelingen - cognitief = kennis en inzicht - sociaal = relaties tussen spelers onderling of relatie speler-trainer.
  • Controleerbare of oncontroleerbare doelen (de persoon kan de situatie al dan niet beheersen, heeft er al dan niet vat op)

Formuleren van de doelstellingen:
Er zijn vier componenten die noodzakelijk zijn bij het formuleren van de doelstellingen (op de lesvoorbereiding)
---  
  • Gerichtheid: op wie
  • Waarneembaar eindgedrag: wat moet men kunnen op het eind, wat heeft men geleerd
  • Soort situatie: in welke omstandigheden/situatie moet dit eindgedrag (het geleerde) uitgevoerd worden
  • Minimale eis: wanneer voldoende, minimum voorwaarden
  • Er zijn veel factoren waar je rekening mee moet houden maar vooral rekening houden met de beginsituatie, zijnde de sportbeoefenaars (verwachting, niveau en ingesteldheid) en de context (sfeer, gedachtegang, richting, verwachtingen op clubniveau)

De gekozen leerinhouden 

De trainer/coach sluit zijn leerinhouden aan op de leef en belevingswereld van zijn leerlingen(spelers) en houdt rekening met hun beginsituatie. Maar daarnaast hangt de leerinhoud af van de pedagogische bedoelingen die de trainer/coach heeft met het lesgeven/onderwijzen. De speler(s) en de trainer/coach hebben dus allebei invloed op de keuze van de leerinhoud.

De gekozen leerinhouden moeten aan een aantal eisen voldoen zodat het nuttige en bruikbare leerervaringen kunnen zijn. Je dient rekening te houden met de volgende aandachtspunten:

---
  • De betekenis van de opdrachten
  • Verkenning en oriënteringsfase: proberen, experimenteren, imiteren van globale beweging
  • Het motorisch leerproces: van grofmotorisch naar fijn: zo goed mogelijk uitvoeren en accenten leggen. Veel herhalen = verfijnen. Veel feedback in deze fase
  • De opbouw van makkelijker naar moeilijker: Automatiseringsfase: bewegingen in steeds moeilijkere en ander omstandigheden – wedstrijd echt.
  • De verhouding tussen arbeid en rust (arbeid-rust verhouding)
0
Trainingsinhouden:
Welke algemene lesinhouden onderscheiden we in een trainingsles:
  • Een inleiding: informeren waarover, prikkelen. 
  • In sfeer brengen (warming up)
  • Leren centraal: instructie, demonstratie, situatieve coaching
  • Beleving centraal: stimuleren, gebruik van spelvormen
  • Het slot, afrondend gesprek: peilen naar de beleving en ervaring van de training


0
Weetjes:
Wat is 'Observatie'?
  • Een belangrijke manier van meten of iets al dan niet gedaan wordt/is – goed of minder goed gaat (nooit slecht). Gebruik maken van een listing met enkele aandachtspunten
Wat is 'Evaluatie'?
  • Evaluatie is het verzamelen, interpreteren en presenteren van informatie teneinde de waarde van een resultaat of proces te bepalen. Productevaluatie = evalueren naar concreet resultaat - Procesevaluatie = gericht op het leerproces





Didactische werkwijze procedures en methoden:
New Cell
1. Management
Factoren die een rol spelen bij management:
  • Tijdsmanagement: de duur van de trainingsonderdelen, de afwisseling in intensiteit, de atieve leertijd, de rustmomenten, stopmomenten, enz.
  • Ruimtemanagement: een optimaal gebruik maken van de ruimte en het materiaal. Is de ruimte veilig?
  • Werkregels, -patronen en afspraken
  • opstellingsvormen: de opstelling van de trainer, de opstelling van de groep
New Cell
2. Opdrachtvormen:
  • De opdrachtvorm geeft aan onder welke voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd.
3. 
3. Groeperingsvormen:
Factoren die een rol spelen bij het groeperen:
  • De motorische vaardigheden van de spelers
  • De lengte en gewicht van de spelers
  • Het geslacht en de leeftijd van de spelers
  • Het aantal deelnemers en de hoeveelheid materiaal
  • De relatie tussen de spelers onderling
  • De beleving van de spelers

4. Instructievormen
Een instructie (of handleiding of gebruiksaanwijzing) is een stappenplan hoe je iets moet doen. Je kunt een instructie op verschillende manieren geven: direct of indirect. Een directe instructie betekent dat iemand zegt wat je moet doen op het moment dat je het moet doen.


Instructievormen zijn bijvoorbeeld presentaties. De trainer heeft het voortouw en de spelers hebben een passieve rol. Het gaat om eenrichtingsverkeer: de leerstof gaat via de trainer naar de speler(s).

Instructievormen zijn vooral geschikt voor:
  • Het doorgeven van basale kennis of de uitleg van moeilijke onderwerpen, in korte tijd aan grote groepen
  • Het presenteren van een inleiding, of verhaal zodat de intresse wordt gewekt
  • Het samenvatten van veel leerstof
  • Het geven van richtlijnen voor taken
Bij instructievormen is het van belang dat de trainer/coach:
  • Aansluit bij de voorkennis
  • De doelen en verwachtingen duidelijk maakt
  • De instructie helder opbouwt en concrete voorbeelden geeft
  • De uitleg afstemt op de interesse en het tempo van de spelers
  • Afwisselt met stemgebruik, gebaren en goed gebruik maakt van hulpmiddelen

De instructie moet gericht zijn op de volgende aspecten:
* De kern en details - * Realiseren van het doel - * Resultaat en actie - * Het verloop van de actie

5. Omgangsvormen
Met omgangsvormen bedoelen we de manier hoe de trainer/coach omgaat met zijn spelers. In onderstaande afbeelding ziet u vier manieren van omgangsvormen van de trainer/coach met zijn spelers.



Wat is participatie:
 Het woord participatie betekent letterlijk 'deelname'. Het kan nog simpeler worden uitgelegd als "meedoen aan": iemand doet mee aan een bepaalde activiteit. (spelerssparticipatie: betrokkenheid van de spelers bij de les, geeft een verhoogde motvitatie bv alles mee helpen klaarzetten, opruimen, meedenken)
O
De wijze van aanbreng van de oefenstof
Er zijn enkele factoren van belang bij de wijze van aanbreng van de oefenstof dit zijn: - de vaardigheden van de trainer/coach - de oefenstof zelf - en de individuele verschillen tussen spelers.

6. Straffen en corrigeren 
"Straffen" Ik vind het een eng woord. Maar uit trainerservaring weet ik dat je er niet aan ontkomt. Komt Jantje voor de derde keer te laat dan zal je als trainer toch maatregelen tegen Jantje moeten nemen. Zelf heb ik het woord straffen allang uit mijn woordenboek gegooid, ik praat liever over: berispen, beboeten, schorsen, terechtwijzen of vermanen.

Met welke aandachtspunten dient de trainer rekening te houden bij het manier van straffen?
  • schorsing in verhouding tot ernst gedrag
  • leeftijd en aard van speler
  • duidelijke uitleg en motivering van de straf
  • rechtvaardig: niet te vaak en te veel
  • een duidelijk einde van de straf

Correctievormen (als vorm van feedback)
Er zijn verschillende manieren voor efficiënt corrigeren. (Observeren - Corrigeren)
  • individueel of in groep
  • situatie veranderen
  • stapje terugdoen
  • voordoen – demonstreren
  • helpen
  • samen zoeken naar een oplossing 
  • positief corrigeren


Conflicten

Meningsverschillen, die hebben we allemaal. De manier waarop we met deze verschillen omgaan, bepaalt of het tot een conflict komt. Binnen een team ontstaan conflicten bijna altijd door het niet (goed) omgaan met meningsverschillen.

Hoe ontstaat een conflict?
Een verschil van mening is niet erg. Het gaat pas mis als men per se gelijk wilt krijgen. Dus als iemands mening vast staat als 'waarheid' en hij/zij niet bereid is naar de mening van anderen te luisteren. Zodra partijen gaan vechten voor hun mening, ontstaat een conflict.

Omgaan met een conflict?
Een succesvol team kan omgaan met meningsverschillen, omdat ze de pijnpunten durven benoemen, waardoor (grote) conflicten vermeden kunnen worden. Komt het toch tot een conflict kan de coach gebruik maken van het vijfstappenplan (zie afbeelding hierboven)





Communicatie - Motivatie - Evaluatie

1. Hoe kan ik als coach mijn boodschap overbrengen? Door:
  • Verbale communicatie
  • Mijn lichaamstaal
  • De demonstratie
  • De media
2. Hoe zorg ik dat mijn boodschap effect heeft?
  • Door te motiveren en zelf gemotiveerd te zijn
  • De soorten van motivatie, intrinsiek, extrinsiek. (intrinsiek = willen, extrinsiek = moeten) 
  • Hulpmiddelen gebruiken ter bevordering van motivatie
3. Hoe kijk je terug op je training en je eigen inbreng?
  • Door zelfevaluatie en reflectievragen
Zie verder bij lesgeven

Bronnen:gevolgde Opleidingen KNVB-KBVB