Afbeelding invoegen
 
       

De trainer/coach en het lesgeven
0
De kunst van het lesgeven
0
Les geven is het overbrengen van kennis op anderen, maar lesgeven houdt veel meer in dan lesgeven. Het geven van een goede les is niet alleen een vak, maar ook een kunst. De trainer/coach combineert het didactisch handelen, management, pedagogisch klimaat en de keuzes in de training tot een doelgerichte les. Iedere trainer heeft daarbij zijn eigen stijl van lesgeven waardoor iedere les/training uniek is. 'De kunst van het lesgeven' betekent dat je als leerkracht en/of trainer weet hoe je les moet geven, wanneer je bepaalde technieken gebruikt en waarom je dit alles doet.



De kerntaak van een docent,(als je een training geeft doceer je dus ben je een docent) bestaat uit het lesgeven aan spelers. Het lijkt eenvoudig. Je hebt een groep spelers en je hebt een praktijkles.
De groep spelers moet de kennis verwerken die in de praktijkles geleerd wordt. De docent zorgt dat het tempo van de kennisverwerking op orde blijft en dat iedereen zijn best doet. Lesgeven is echter veel meer dan dit alleen. Leerlingen/spelers leren op verschillende manieren. De ene speler heeft meer tijd nodig, anderen maken zich de kennis en vaardigheden sneller eigen. Een docent is een intermediair (intermediair = bemiddelaar/tussenpersoon, intermediair betekent letterlijk 'in het midden') voor de overdracht van kennis/vaardigheden, maar ook iemand die controleert of de speler zich de juiste vaardigheden eigen maakt en die het gekozen pad bewaakt. Dit doet hij door te toetsen in de eindvormen en de wedstrijden.

Een trainer/coach (docent) richt een geschikte trainingsruimte in om de leerprocessen bij de spelers op gang te brengen, te begeleiden en de leerresultaten te beoordelen. De leerinhoud betreft alles rondom dit leren: informatie, vaardigheden, bewegingen, waarden en houdingen.
  • Een docent observeert: Een docent observeert en controleert zijn leerlingen. Hij observeert het leerproces en stelt vragen om te controleren of de te leren vaardigheden ook werkelijk geleerd is. Hij controleert of de leerlingen de kennis op de juiste manier toepassen.
  • Een docent stuurt: Je kunt een docent als een verkeersagent zien, die zorgt dat de leerlingen zich door de stof bewegen, van A tot Z en met de juiste snelheid. Aan het einde van de weg heeft de leerling recht op een rijbewijs.
  • Een docent coacht: Coachend lesgeven is zodanig lesgeven dat leerlingen van binnenuit in beweging komen, dat ze dichter bij hun natuurlijke staat van leren komen en dat hun motivatie, eigenheid en zelfsturend vermogen kan groeien. Het doel is op een coachende manier leerlingen begeleiden bij het vergroten van hun leerverlangen, hun leervermogen en daarmee hun leerprestaties.
  • Een docent houdt toezicht op het leerproces: Een docent formuleert leerdoelen en geeft feedback. Een docent is didactisch vaardig, staat in contact met de inhoud van de les, heeft verstand van zijn vak en maakt op een goede manier contact met de leerlingen.


Is lesgeven te leren?
0
Toegegeven, lesgeven is niet voor iedereen weggelegd. Het is voor sommige al zenuwslopend bij het idee om voor een grote groep mensen te gaan staan praten en dan ook nog ervoor zorgen dat je de kennis over weet te brengen. Kennis is één maar het goed overbrengen is twee. Vrees voor spreken in groepen en voor groepen komt heel veel voor, maar vergeet niet, ook de ervaren sprekers hebben hun spreekvaardigheden stap voor stap geleerd en weten dat spanning en angst voelen een 'normaal' verschijnsel is en niet betekent dat alles verkeerd gaat. De vaardigheid te spreken voor een groep en met de daar bijhorende spanning om te gaan is goed te leren. Raadpleeg de vele webpagina's over cursussen "spreken in het openbaar".

Lesgeven is voor een deel het volgen van een vast recept dat iedereen kan leren. Het is net als met voetballen je leert het door het veel te doen. Bij het lesgeven volg je voor een deel het vast recept en voor het andere deel volg je je gevoel.

Elke speler/leerling is gebaat bij een ander soort feedback. Een speler met veel zelfvertrouwen moet je bijvoorbeeld anders benaderen dan een speler die dit niet heeft. Hier komt gevoel bij kijken.
Lerares Henriëtte Weyers-Bruns:(carrieretijger.nl)
"Improviseren" is een gevoelskwestie, je werkt immers niet met machines. Dit leer je in de loop der jaren steeds beter. Je gaat bijvoorbeeld beter aanvoelen of een groep te moe is voor een bepaalde taak, waarna je ter plekke de planning omgooit. Of je voelt aan dat een bepaalde leerling niet goed in zijn vel zit en ontziet deze een beetje. Dit zijn moeilijke dingen voor de meeste beginnende leraren en coaches.
Bron: http://www.carrieretijger.nl/functioneren/ontwikkelen/didactische-vaardigheden

Tips voor beginnende lesgevers (trainers)
  1. Richt je op wat er voor jouw lespraktijk van belang is (wie doet wat - met wie - waarom en hoe?)
  2. Filter wat voor jou lespraktijk direct van toepassing is. In de loop der jaren breid je vanzelf je aandachtsgebied en expertise verder uit.
  3. Neem niet teveel hooi op je vork: je bent jong en je wilt wat. Een valkuil voor veel beginnende trainers/docenten is dan ook om in het begin veel hooi op hun vork te nemen. Niet doen!
  4. Het is - zeker in de begintijd! - belangrijk dat je genoeg tijd en energie hebt om je trainingen te evalueren. Doe dit het liefst samen met een ervaren trainer/coach. Tijd voor reflectie is essentieel voor je ontwikkeling.
  5. Neem alle rust en tijd om je volgende lessen/trainingen voor te bereiden.
  6. Plan je training of trainingsplan niet te strak: Veel beginnende trainers hebben de neiging om hun training helemaal vol te plannen, zonder rustmomenten. Hierdoor is er minder ruimte voor spontaniteit en creativiteit, waardoor je minder in kunt spelen wat er in de spelersgroep gebeurt.
  7. Neem de tijd om aan je training te beginnen: Zorg dat je aan het begin van de training aandacht, oogcontact en volledige rust hebt. Maak omdat te bereiken eerst persoonlijk contact, bijvoorbeeld hoe ging het vandaag op school? Enzovoorts, daarna pas beginnen met je training.
  8. Zorg ervoor dat je vooraf heel helder hebt wat je de spelers wilt leren, en hoe je dat wilt bereiken. Laat de spelers vervolgens weten wat je van plan bent, hoe je het wilt hebben en weet ook waarom je het zo wilt.
  9. Probeer als trainer te ontdekken wat er omgaat in de spelersgroep, zorg dat je voldoende interesse en respect toont
  10. Neem waardevolle adviezen van collega's aan, maar wees ook niet bang om nietszeggende adviezen in de wind te slaan. Het is belangrijk om als trainer je eigen weg te vinden.
  11. Vergeet de humor niet: neem ook eens tijd voor echte ontspanning (zeker met puberende kinderen) doe eens gek doe eens met ze mee!

Foto's: http://www.knvb.nl/

Foto's: http://www.knvb.nl/

12. Je hoeft niet perfect te zijn
Mensen zijn allemaal uniek, maar geen mens is perfect. Dit is misschien wel de belangrijkste tip: 'durf als trainer/coach je kwetsbaar op te stellen'. Wees niet bang om jezelf en je imperfecties (=menselijkheid) aan je spelers te laten zien.' Je mag als trainer best eens toegeven dat ook jij niet alles weet. Het lijkt misschien veilig om een rol te spelen voor je spelers, maar doe dat niet. Als je jezelf verschuilt achter een een pantser van formaliteit, maak je nooit écht contact met je spelers. Dan wordt het niet alleen lastiger om iets blijvend over te brengen, maar mis je de essentie van waar het in het trainersvak over gaat: het magische moment dat je je speler(s) echt raakt.

Een is ook maar een
Alle bovenstaande tips kunnen handig zijn, maar leren lesgeven kost natuurlijk gewoon tijd. Raak niet in paniek als je vindt dat je niet snel genoeg progressie maakt. Ervaring opdoen, een routine opbouwen, ontdekken wat voor jou werkt, het is een geleidelijk proces.
Behandel tips niet als waarheden, maar als mogelijke gespreksonderwerpen. Vraag aan ervaren collega's wat zij er van vinden. Hoe meer je praat des te sneller je ontdekt wat jou manier van lesgeven is.


0
Doceerstijl versus leerstijl
0
Hoe leren mensen?. En hoe speel je daar effectief op in?. Iedereen heeft wel een herinnering aan een trainer/coach die wist te boeien en te binden. En ook van het tegendeel: trainers die ongetwijfeld heel goed waren in hun vak maar het niet wisten over te brengen. Kennelijk is theoretische ervaring niet voldoende om werkelijk iets te weeg te brengen als trainer/coach. Mensen verschillen nogal in de wijze waarop ze leren. zie: Methodiek Didactiek Leren
Leerstijl:
Iedereen heeft een bepaalde manier van leren deze worden leerstijlen genoemd. Dus hebben niet alleen de spelers een bepaalde leerstijl maar ook de trainer/coach. De leerstijltheorie van Kolb ( zie: Methodiek Didactiek Leren) stelt de trainer/coach in staat om de leerstijlen van de leerlingen te identificeren en zijn doceerstijl daar op aan te passen. Ook een trainer/coach doet er zich goed aan om op zoek te gaan naar, en zich bewust te zijn van zijn eigen leerstijl
Doceerstijl:
Een trainer/coach ontwikkelt zich en zal een manier van lesgeven vinden die past bij zijn eigen normen en waarden en persoonlijkheid (zijn doceerstijl). Vaak komen de eigen leerstijl en doceerstijl overeen
Eenzijdig lesgeven:
Als een trainer eenzijdig lesgeeft, dus altijd vanuit zijn eigen leerstijl, dan zullen zijn lessen slechts bij een deel van zijn spelers in vruchtbare aarde vallen’. Iedereen die gevoetbald heeft zal het wel herkennen: Trainer A, die constant theoretisch aan het praten is en die weinig tijd overlaat voor het oefenen en toepassen. Of trainer B, die zoveel oefenvormen aanbiedt en weinig tot geen aanwijzingen geeft. In beide gevallen komen bepaalde aspecten onvoldoende aan de orde en wordt er door de spelers niet optimaal geleerd. Een ervaren trainer zal zijn doceerstijl altijd afstemmen op de leerstijl van zijn spelers.
Doceerstijl en leerstijl zijn op elkaar afgestemd:
Om een les goed te laten verlopen zijn de doceerstijl en de leerstijl op elkaar afgestemd. Zijn de doceerstijl en de leerstijl niet voldoende op elkaar afgestemd kan er destructieve frictie ontstaan. Destructieve frictie: resulteert in een desoriëntatie van de leerling. Hij heeft geen idee hoe hij verder moet komen met de leerstof, haakt af en spant zich niet meer serieus in.
De kunst van de trainer:
In een spelersgroep zijn meestal verschillende leerstijlen in meer of mindere mate vertegenwoordigd. De kunst van de trainer is om een (goede) training te geven waarin alle leerstijlen aangesproken worden.



Een progressieve of conservatieve doceerstijl:
Je zou je een onderscheid kunnen maken tussen een meer progressieve (veranderingsgezinde) doceerstijl en een meer conservatieve (behoudende) doceerstijl. Progressief lesgeven kenmerkt zich o.a. door aandacht voor samenhang tussen de leerinhoud, de nadruk op actief en zelfstandig leren, toepassing van leerstof is belangrijker dan reproductie van leerstof, bevordering van samenwerking tussen leerlingen/spelers, gedifferentieerde prestatie-eisen en inspraak van leerlingen in het onderwijsgebeuren. Een conservatieve doceerstijl gaat gepaard met een directieve leiderschapsstijl en een leerstofgerichte taak-inkleuring, terwijl docenten met een progressieve doceerstijl juist een non-directieve manier van leiding geven hanteren en leerling-gericht zijn.
Progressieve leerstijl:
Conservatieve leerstijl:
  • De omvang van de oefenvorm kan afhangen van de reacties van de spelers.
  • Onderlinge discussies tussen spelers wordt gestimuleerd
  • De leerstof is een middel
  • De trainer/coach heeft een eigen visie, kritische vragen worden op prijs gesteld
  • Democratisch optreden
  • Veel zelfstandigheid van de speler
  • Uitgaan van algemene kennis, op gelijke voet staan met zijn spelers
  • De eigen verantwoordelijkheid over de prestaties van de spelers duidelijk maken aan de spelers

  • Er wordt strak aan de les-planning gehouden er wordt geen rekening gehouden met de spelers.
  • Onderlinge discussies tussen spelers wordt uit de weg gegaan.
  • De leerstof is een doel
  • De trainer/coach houdt vast aan zijn leerboek, een eigen mening wordt niet op prijs gesteld
  • Autocratisch optreden
  • Weinig zelfstandigheid van de speler
  • De spelers het gevoel geven dat ze niets weten
  • De spelers het gevoel te geven voor de trainer/coach te leren en niet voor zichzelf

De theorie van het lesgeven

Ik hoop dat ik inmiddels iedereen heb kunnen overtuigen dat een goede lesgever een 'echte' kunstenaar is. Het is zeker zinvol als (beginnend) trainer hier veel over te lezen en in de praktijk veel les te geven. Ga op zoek naar jou stijl van lesgeven, ontdek wie je zelf bent, welke methode het beste past om jou visie en kennis over te dragen? Het is een geleidelijk proces, die jou op weg helpt een ware kunstenaar te worden.

Enkele kenmerken voor een goede lesgever/trainer en les/training

  • Heeft kennis van didactiek
  • Hij houdt rekening met de kenmerken van de groep
  • Hij houdt rekening met de verschillen tussen spelers
  • Hij kent de leeftijdskenmerken
  • Hij is verantwoordelijk bezig
  • Hij is een motivator
  • Hij is een organisator
  • Hij is vooral lesgever/trainer

  • Er is een goede lesopbouw
  • De lesstof is afgestemd op het niveau van de groep
  • De lesstof wordt gedifferentieerd aangeboden
  • De lesstof is afgestemd op de leeftijd van de groep
  • De lesstof wordt aangeboden in een veilige ruimte
  • De lesstof biedt ruimte voor voldoende arbeid en plezier
  • De vormen verlopen vlot en soepel
  • De lesstof draagt zorg dat er iets wordt geleerd
De les


De beginsituatie is het geheel van gegevens die de startsituatie van waaruit een les of training gegeven wordt.
De beginsituatieanalyse is het verzamelen ordenen en interpreteren van alle gegevens die een rol spelen bij het lesgeven. Deze gegevens verzamel je door: te observeren, vragen te stellen en specifieke middelen.

1. Wat is de beginsituatie van de groep?
  • Wat is het gemiddeld motorisch niveau van de groep zoals: bewegingsvaardigheden - bewegingseigenschappen en de fase van het motorisch proces.
  • Wat is het gemiddeld cognitief niveau zoals: kennis en inzicht
  • Wat is het gemiddeld sociaal-affectief niveau zoals: omgang - communicatie en motivatie
2. Wat is de beginsituatie van de individuele speler?
  • Zijn er opmerkelijke en/of opvallende spelers in de groep op: motorisch - cognitief en sociaal-affectief niveau?
3. Wat is de beginsituatie van de lesgever/trainer?
  • Wat is je eigen beginsituatie op: motorisch - cognitief - sociaal-affectief en didactisch niveau?
4. Wat is/zijn de beginsituatie van de randvoorwaarden?
  • Wat is de duur van trainingstijd, wat voor lesruimte of trainingsruimte (veld/zaal,afmetingen) kan ik gebruiken en welk materiaal is voorhanden?



Doelstellingen:
Er is sprake van een wisselwerking tussen de bepaling van doelstellingen en de beginsituatieanalyse (hoe concreter de beginsituatie is, hoe nauwkeuriger de doelstellingen kunnen worden bepaald) De inhoud van een les wordt gestuurd door de gekozen doelstelling, evaluatie leidt tot een vernieuwde, bijgestelde doelstelling.
Doelstellingen kunnen worden ingedeeld naar: gedragsaspecten (motorische, cognitieve en sociaal-affectieve doelstellingen) en in termijn: lange, middellange of korte termijn (les-doel)

Bij de omschrijving van doelstellingen onderscheiden we:
  • Algemene geformuleerde doelstellingen
  • Concreet geformuleerde doelstellingen
In de omschrijving van een concrete doelstelling moet:
  1. De bewegingsvorm genoemd worden (inhoud)
  2. Sprake zijn van waarneembaar eindgedrag
  3. Aangegeven worden onder welke voorwaarden of omstandigheden de groep of individu het gewenste eindgedrag moet kunnen laten zien
  4. Aangegeven worden welke zogenaamde minimumprestatie(s) de lesgever als maatstaf gebruikt: kwalitatieve minimale eis (vaardigheidseis) en/of kwantitatieve minimale eis (meetbaar resultaat)
Planning:
Een planning is een koppeling van doelstellingen in een bepaalde volgorde aan de tijd die daarvoor nodig is. Een goede planning geeft steun en sturing aan wat je doet als lesgever.
Bij het maken van een planning hoort:
  • Het bepalen van het einddoel
  • Het bepalen van subdoelen (tussendoelen)
  • Het bepalen van het tijdpad
  • Het koppelen van acties, werkzaamheden aan de subdoelen.
Soorten van planning:
  1. Op basis van doelgroep en situatie: situatiegerichte planning: gesloten planning - open planning
  2. Op basis van tijd: macroplanning - mesoplanning en microplanning. Zie: Periodisering index
Gesloten planning = planning zonder overleg met de spelersgroep
Open planning = planning in overleg/samenspraak met de spelersgroep









De opbouw van een les, de kern van een les, de organisatie van een les, enzovoort vindt u bij: Methodiek Didactiek training


Didactische werkvormen zijn: Manieren om leren zo te organiseren, dat de spelers zoveel mogelijk leren
Indeling didactische werkvormen: Organisatorisch, wijze van aanbieden en open en gesloten
Pruductevaluatie is: Evaluatie van resultaat, van doelstellingen (kwalitatief en kwantitatief)
Procesevaluatie is: Evaluatie van het lesverloop van de didactische componenten
Evaluatiemethode pruductevaluatie: Is de wedstrijd
Evaluatiemethode procesevaluatie: Zijn groepsgesprekken, individuele gesprekken en evaluatieformulieren
Functies van evalueren zijn: Het verbeteren van de volgende les, bijstellen doelstellingen, beoordelen en selecteren, input voor begeleiding, reflectie eigen functioneren en verantwoording.
Bewegingsvormen zijn: De activiteiten die de trainer/coach de spelers laat uitvoeren om de geplande doelstellingen te bereiken

Aandachtspunten
Geef inhoudelijke aanwijzingen:
  • Rechtstreekse feedback op de individuele of groepscorrectie
  • Vertel of het nu wel goed gaat of wat er beter moet
  • Vraag aan de speler(s) of hij/zij zelf weet(en) of het nu wel goed ging
Specifiek en duidelijk zijn:
  • Zeg niet alleen goed of fout, maar ook wat er goed of fout ging
Stimuleer veel en wees enthousiast
  • Deel complimentjes uit als de spelers het goed doen
Zelfreflexie stimuleren:
  • Stelvragen laat spelers nadenken
Veel herhalen:
  • Zorg dat de beweging in de oefening vaak herhaald wordt zodat de speler de mogelijkheid heeft om te verbeteren
De kunst van lesgeven = dat de lesgever weet hoe je de les geeft, wanneer je bepaalde technieken gebruikt en waarom je dit doet!


Gebruikte Bronnen: mijn opleidingen knvb kbvb - https://knoowy.nl/doc/9715/Samenvatting-De-sportleider-als-lesgever-hfst-1-t/m-12-muv-11 - http://www.stefanterpstra.nl/download/scriptie_doceerstijlen_Stefan_Terpstra_12_augustus_2012.pdf -http://mens-en-samenleving.infonu.nl/onderwijs/32947-kunst-van-het-lesgeven.html - https://www.delerarenagenda.nl/blog/inhoud/weblog/weblog/2014/030914 - tien-tips-voor-de-beginnende-docent-om-de-herfst-door-te-komen - http://www.carrieretijger.nl/functioneren/ontwikkelen/didactische-vaardigheden

 

Bruikbare links
10 Tips voor ontspannen lesgeven http://wij-leren.nl
Wat zijn de vijf rollen van de leraar www.cps.n
Een les ontwerpen (slideshare) www.slideshare.net