Sporten in een veilige omgeving


Sporten moet voor iedereen (maar zeer zeker voor kinderen) plaatsvinden in een veilige omgeving.Ongewenste omgangsvormen, zoals (seksuele) intimidatie, agressie, discriminatie,pesten en geweld kunnen ervoor zorgen dat de omgeving niet meer veilig is. Dit kan veel emoties en vragen oproepen, zowel bij het slachtoffer maar ook bij degenen die het zien gebeuren!

Bij enkele goed georganiseerde (financieel krachtige) verenigingen zijn inmiddels deskundige gediplomeerde vertrouwenspersonen aangesteld. Maar bij veel verenigingen die financieel gezien (helaas) geen vertrouwenspersoon kunnen aanstellen ligt hier nog steeds een grote taak weggelegd voor de trainer en/of de leider. Daarom zal de trainer/leider ook de functie van vertrouwenspersoon moeten vervullen Het kind kan de leidster benaderen wanneer ze te maken krijgt met ongewenst gedrag en/of allerlei andere problemen.


Wat is (sport)veiligheid ?

Onder veiligheid verstaan we:
  • Een situatie zonder gevaren en risico's 
  • Een situatie met gevaren en risico's waarbij maatregelen zijn genomen om de veiligheid te waarborgen
De psycholoog Abraham Maslow publiceerde al in 1943 een interessante theorie over veiligheid. Hij stelde dat ieder mens wordt gedreven door het bevredigen van vijf behoeften.

Tussen de vijf behoeften die Maslow onderscheidt, is een hiërarchische ordening. Mensen gaan pas een stapje hoger klimmen op de piramide als aan de behoeften eronder is voldaan. Het spreekt voor zich dat de basisbehoeften (eten, drinken, een dak boven je hoofd) voor elk mens het allerbelangrijkste zijn. Maar direct daarop volgt veiligheid. Veiligheid is dus van cruciaal belang. 
Meer weten over de behoeften hiërarchie van Maslow open: 

Wat verstaan we over grensoverschrijdend gedrag?

Bij grensoverschrijdend gedrag kun je bijvoorbeeld denken aan pesten, discriminatie, (aanzetten tot) drugs of alcoholgebruik, (verbaal) geweld en seksuele intimidatie. Jaarlijks komen verschillende zaken in het nieuws met betrekking tot dit ongewenste gedrag. Het betreft vooral kinderen en jongvolwassenen binnen vrijwilligerswerk, kinderopvang en de sportomgeving. Omdat zij kwetsbaar en afhankelijk zijn en daardoor niet opgewassen zijn tegen de "dader".

Helaas moeten we constateren dat grensoverschrijdend gedrag een maatschappelijk probleem is. Veel gemeenten zijn nu actief bezig om in alle sectoren, waaronder dus de sport, een Preventief Beleid tegen Seksuele Intimidatie op te zetten en sportclubs daarin te ondersteunen. Ook de andere thema's krijgen steeds meer aandacht. Maar ook sportverenigingen zelf zetten die veilige sportomgeving hoog op de agenda.


Hoe creëer je een veilig sportklimaat?

Een veilig sportklimaat binnen uw vereniging creëren vraagt om beweging. Het bestuur van de vereniging heeft daarin een belangrijke rol. Zij zet de toon door veiligheid op de kaart te zetten en te houden. Door onder andere een voorbeeld te zijn in houding en gedrag en door te zorgen dat veiligheid goed verankerd is op papier. Een integraal veiligheidsbeleid op papier hebben is belangrijk, maar statisch. Veilig kunnen voetballen op de vereniging is uiteindelijk ieders verantwoordelijkheid en dient door iedereen te worden uitgedragen. Daarom is het zaak om veiligheidsbeleid gezamenlijk te initiëren en op te stellen, duidelijk te implementeren, na te leven en te evalueren.

In onderstaande artikelen en links vindt u alle informatie, aanbevelingen en tips om bij uw vereniging een veilig sportklimaat te creëren:














Vertrouwenspersoon

Een vertrouwenspersoon is een persoon binnen een bedrijf, school, vereniging, of de directe omgeving van mensen, aan wie men vertrouwelijke zaken kwijt kan. Vaak heeft dit betrekking op bijvoorbeeld seksuele intimidatie of persoonlijke problemen. Vertrouwenspersonen komen vaak voor binnen een bedrijf of school. De persoon heeft hier dan een speciale cursus of opleiding voor gevolgd. Vertrouwenspersonen in de directe omgeving van mensen met problemen zijn over het algemeen gewoon vrienden die het niet erg vinden om problemen van anderen aan te horen en daar eventueel bij te helpen. Meestal maakt een vertrouwenspersoon een rapport dat naar de directie van het bedrijf/school of het bestuur van een vereniging gaat. In veel gevallen is in het contract van de vertrouwenspersoon vastgelegd dat deze geheimhoudingsplicht heeft. Deze plicht zorgt ervoor dat de personen die met bepaalde problemen kampen de vertrouwenspersoon ook daadwerkelijk vertrouwen.

De vertrouwenspersoon is er ook voor vragen die kunnen spelen vóór dat er problemen zijn.

Bij een vertrouwenspersoon kun je terecht met vragen die je niet makkelijk stelt of waarvan je bang bent dat er niet serieus op gereageerd gaat worden. Dit geldt voor trainers, coaches, ouders, begeleiders en spelers. Daarbij: snel melden, er over praten en zorgen dat er (vroegtijdig) een einde gemaakt wordt aan een ongewenste situatie maakt dat deze niet verergert en ook herhaling kan zo voorkomen worden.

Voorbeelden voor een bezoek aan vertrouwenspersoon kunnen zijn:
  • Pesten en gepest worden;
  • Grensoverschrijdend gedrag’: Wat betreft bedreigen, discrimineren, afpakken, vernielen, bezeren, agressie, geweld.
  • Het gevoel hebben dat je er door je huidskleur, geloof of seksuele voorkeur niet bij hoort (buitensluiten)
  • Grensoverschrijdend gedrag’: de manier waarop je benaderd en/of aangeraakt wordt door een teamlid, trainer of coach ervaar je als onprettig* een vermoeden van ‘grensoverschrijdend gedrag: je denkt dat iemand in jouw directe omgeving hier mee te maken heeft
  • Je maakt je zorgen over de wijze waarop er met je kind wordt omgegaan binnen de vereniging/het team
  • Je vraagt je af of jouw gedrag als trainer en/of coach verstandig is
  • Iemand heeft je direct of indirect beticht van ontoelaatbaar gedrag





Voorbeeld van een protocol ongewenst gedrag http://www.agvl.nl
Lees artikel

 



De sportbonden in Nederland nemen seksuele intimidatie serieus. NOC*NSF heeft gedragsregels voor sportbegeleiders opgesteld. Die regels zijn door alle landelijke sportbonden onderschreven. De regels zijn gemaakt om de risico's op ongewenst gedrag in de relatie pupil en trainer te verkleinen en ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties. Hieronder vindt u de elf gedragsregels die worden onderschreven door alle landelijke sportorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF. 
  • De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.
  • De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.
  • De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  • De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  • De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
  • De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.
  • De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  • De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  • De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.
  • In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.
 
0