Geschiedenis van de sportpsychologie


De oorsprong

Voor de oorsprong van sportpsychologie moeten we terug naar het jaar 1898. Norman Triplett (1861-1934) destijds psycholoog aan de universiteit van Indiana (Noord Amerika) was geïnteresseerd in wielrennen en wilde wel eens weten waarom fietsers sneller rijden in groepsverband of in paren dan wanneer ze alleen reden. Hij liet de wielrenners onder verschillende condities fietsen en hij concludeerde dat de aanwezigheid van anderen de prestaties positief beïnvloedde. Dit onderzoek naar sociale facilitatie wordt gezien als het eerste sportpsychologische experiment ooit. 



 

 


Coleman Griffith (1893-1966)

Coleman Griffith was een Amerikaanse psycholoog en wordt beschouwd als de oprichter van de Amerikaanse sportpsychologie. 
In 1925 vestigde hij aan de universiteit van Illinois een sportpsychologisch laboratorium met de naam 'Research Atlletics Laboratory' om de prestaties van atleten te bestuderen vanuit een psychologisch perspectief. 
Ongeveer dezelfde tijd (vroege jaren 20) werden in Duitsland (Carel Diem) en in Rusland (Avksentij Puni) ook onderzoekruimten ingericht voor onderzoek naar sportpsychologie.

Coleman Griffith was de éérste sportpsycholoog die ingehuurd werd door een professioneel sportteam. Eigenaar 'Philip K. Wrigley' van de professionele honkbalclub Çhicago Cubs verzocht Griffith in 1938 om zijn spelers te onderzoeken wat resulteerde in een groot samengevat rapport.
Zijn ideeën stuitte op grote weerstand, maar zijn rapport(en) leiden wel tot meer succes bij de Cups.
De belangrijkste bijdrage van Griffith op het gebied van sportpsychologie kwamen van zijn twee klassieke boeken: The Psychology of Coaching (1926) en The 
Psychology of Atlheletics (1928)
Een groot deel van zijn onderzoeken en publicaties hebben de basis gelegd voor de hedendaagse sportpsychologie en veel van zijn ideeën worden nog steeds gebruikt.


Het vervolg

De pioniers uit de vroege geschiedenis van de sportpsychologie hadden baanbrekend werk verricht. Door het meten van de reactietijden van atleten, het bestuderen van hoe sportieve vaardigheden aangeleerd werden en door de diverse publicaties en discussies over de rol van de sport in persoonlijkheidsontwikkeling dacht men dat de conservatieve sportwereld oog kreeg voor de psychologische aspecten van sport. Maar niets bleek minder waar, er werd erg weinig van de verkregen kennis in de praktijk toegepast en de interesse in sportpsychologie werd steeds minder. Pas rond 1955 werd de draad weer opgepakt, en ontstonden er initiatieven waaruit de sportpsychologie zich als zelfstandig deelgebied ontwikkelde. Er wordt opnieuw onderzoek gedaan en gepubliceerd en er verschenen nieuwe boeken. Ook werden er verenigingen opgericht, door 'Antonelli' werd in 1965 de ISSP opgericht en vier jaar later ontstond de FESPAC.


 


In de eerste tijd was de ontwikkeling van het vakgebied nog bescheiden en werd er vooral nog gebruik gemaakt van tests en vragenlijsten uit de psychologie. In de jaren daarna groeide niet alleen de interesse in de sportpsychologie maar werd ook de ontwikkeling van het vakgebied sterk verbeterd, wat mede kwam door de vele boeken en wetenschappelijke tijdschriften die verschenen.

Nederland

Voor 1985 betekende sportpsychologie in Nederland niet veel er was weinig aandacht en er bestond een negatief beeld.De sporter die zich tot een sportpsycholoog wende werd niet serieus genomen of zelfs (plat Nederlands) niet voor vol aangezien. 
Na 1985 was er een kering, de sportpsychologie kreeg in Nederland meer aanzien en er verschenen artikelen over het ontbreken van sportpsychologen in de begeleidingsstaf van de Nederlandse ploegen op de Olympische Spelen. Er werd inmiddels les gegeven in sportpsychologie en in 1989 werd de vereniging voor Sport Psychologie in Nederland (VSPN) opgericht.

Exercise Psychology

Na 1985 ontwikkelde zich een aftakking van de sportpsychologie wat de 'Exercise Psychology' (Bewegingspsychologie) wordt genoemd. Typerend voor de 'Exercise Psychology' is de bestudering van fysieke activiteit vanuit een gezondheidskundig perspectief. Is sporten wel zo gezond als vaak wordt beweerd? Helpt voorlichting wel? Heb je psychologische gezien baat bij bewegen? etc. 
Er zijn raakvlakken met sportpsychologie als voor fysieke activiteit, of bewegen het woord sport wordt ingevuld is het sportpsychologisch. Voor diverse onderwerpen, zoals motivatie bij sport en bewegen, zijn beide vakgebieden van betekenis.

Vandaag de dag

Vandaag de dag is Sport- en prestatiepsychologie een vakgebied dat niet meer weg te denken is op het moment dat prestaties geleverd worden. Naast het fysieke, technische en tactische trainen is ook mentale training steeds meer geïntegreerd in het trainingsplan van zowel topsporters als sporters in de breedtesport. Prestatie is 100% fysiek en 100% mentaal. Het is een normale trainingsvorm die je kunt inzetten om beter te worden in je sport, zoals je bijvoorbeeld ook gebruik kunt maken van videoanalyse en fysiotherapie. Je hoeft niet eerst ergens tegenaan te lopen voor je technieken uit de sportpsychologie kunt gaan integreren in je fysieke training; je kunt je voordeel er juist mee doen ook als alles ‘al op rolletjes’ loopt!