Sportpsychologie & teams

Wat is een (sport)team?

Het woord 'team' betekent volgens de Dikke van Dale "een groep samenwerkende personen". Op Wikipedia wordt hier aan toegevoegd dat een team een team is wanneer er wordt gestreefd naar één gemeenschappelijk doel en de teamleden elkaar hierbij aanvullen
Verdere definitie:
Een sportteam of sportploeg is een aantal mensen dat bij elkaar is gebracht, om samen hun (favoriete) specifieke teamsport te kunnen bedrijven. Een sportteam wil samen één gemeenschappelijk doel bereiken en zijn het in grote lijnen eens over de weg naar dit doel. Of het gemeenschappelijk doel van het team prestatief of recreatief is niet relevant. Behalve het gemeenschappelijk doel van het team, delen ze samen een algemene visie over de aanpak. In een sportteam dienen de verschillende teamleden elkaar aan te vullen.
Teamleden voelen zich betrokken bij de doelstelling én bij elkaar. Een sportteam kent een duidelijke verdeling van rollen en verantwoordelijkheden. Een sportteam heeft heldere specifieke organisatorische, team, wedstrijd, training afspraken. Verder heeft een sportteam onderling vertrouwen, waardering en respect voor elkaar.

o
Kenmerken van een sportteam
Kenmerken van een sportteam:
  • is een verzameling van twee of meer sporters
  • zijn het met elkaar eens over het doel wat ze willen bereiken
  • er zijn patronen van gestructureerde interactie en communicatie
  • er is een gemeenschappelijke opvatting over de groepsstructuur
  • er is sprake van persoonlijke en instrumentele afhankelijkheid van elkaar
  • ze voelen zich tot elkaar aangetrokken
  • zien elkaar als een groep en worden ook door anderen als een groep gezien
Gebaseerd op de wijze waarop sporters afhankelijk zijn van elkaar bij de taakuitvoering kan er onderscheid worden gemaakt tussen verschillende types van sportteams:
  • Onafhankelijk van elkaar zoals turnen of bowlers
  • Afhankelijk van elkaar bij het gelijk uitvoeren van de taak: zoals roeien, synchroon zwemmen
  • Afhankelijk van elkaar als actie-reactie: estafette, honkbal
  • Interactieve afhankelijke taken: voetbal, hockey, handbal, volleybal, basketbal
Afhankelijk van het soort taken dat een team uitvoert, zijn sommige kenmerken van sportteams belangrijker en andere minder belangrijk voor het functioneren van het team.



Model van Carron en Hausenblas


Binnen de sportpsychologie wordt het model van Carron en Hausenblas veel gebruikt voor de bestudering van groepsdynamische processen binnen sportteams. In het model worden input-, proces- en outputvariabelen onderscheiden. Tot de inputvariabelen horen kenmerken van de groepsleden en de context waarin het team zich bevindt. Tot de procesvariabelen horen groepsstructuur, -cohesie en –processen. Bij de outputvariabelen wordt er onderscheid gemaakt tussen groepsproducten en individuele producten (zie model).

Teamontwikkeling

Een verzameling personen zal niet van het ene op het andere moment een team zijn. Een goed team is niet opgebouwd door een weekje samen op de hei te vertoeven. Teamontwikkeling en groei kost tijd, het zal even duren voordat alle teamleden weten wat ze aan elkaar hebben en de zaken soepel lopen. Soms kan er wel twee jaar overheen gaan voordat een team goed functioneert. Ieder team doorloopt verschillende ontwikkelingsfasen. In de sportpsychologische literatuur worden in die ontwikkeling vier of vijf fases onderscheiden. Om meer inzicht in deze teamontwikkeling te krijgen ontwikkelde 'Bruce Tuckman' een vier fasen model. In 1977 voegde hij een vijfde fase daaraan toe en werd het model bekend als 'Tuckman's vijf fasen van groepsontwikkeling'. (zie afbeelding hieronder)
Tuckman is er van overtuigt dat een team verschillende stadia moet doorlopen om uiteindelijk effectief samen te kunnen werken en te functioneren, wat leidt tot een hogere kwaliteit. Daardoor neemt de dynamiek in het team toe en zal de prestatie verbeteren.
De vijf fasen:
  1. Forming: vorming van de groep. Er vindt oriëntatie plaats, zowel op elkaar als op de taak. De coach heeft een belangrijke rol in deze fase
  2. Storming: aftasten van elkaars grenzen en het uittesten van elkaar. Het gaat hier om het vastleggen van rollen en status
  3. Norming: vijandigheid uit de vorige fase wordt omgezet in solidariteit en samenwerking. Het gaat hier om het vinden van een consensus en het waarderen van elkaars kwaliteiten, er ontstaat groepscohesie
  4. Performing: rollen en functies zijn bekend, structuur is stabiel. Er kan een prestatie worden bereikt
  5. Adjourning: groep houdt op te bestaan in de huidige samenstelling met de huidige coach


Groepscohesie

Uiteindelijk (na de groepsontwikkeling) resulteert er een groep waarin samenhang aanwezig is, genaamd groepscohesie. Cohesie is afgeleid van het Latijnse cohaesus (cohaerere) wat vastplakken (samenvoeging-verbonden) betekent.
Cohesie is een dynamisch proces dat wordt weerspiegelt in de neiging van een groep om bij elkaar te komen en een eenheid te blijven om zo bepaalde doelen te bereiken. 
Taakcohesie is de samenhang in de groep met het oog op het bereiken van groepsdoelen. Sociale cohesie is de samenhang in de groep op basis van persoonlijke relaties. Er is nog een tweede onderscheid gemaakt, namelijk dat tussen individuele aspecten van cohesie en groepsaspecten. Individuele aspecten gaan over hoe sterk het individu zich voelt aangetrokken tot de groep. Bij groepsaspecten van cohesie gaat het erom in welke mate de groepsleden de groep als eenheid zien

Taakcohesie en Sociale cohesie
Er is een onderscheid tussen taakcohesie en sociale cohesie. Taakcohesie en sociale cohesie moeten afzonderlijk van elkaar beschouwd worden wat betreft oorzaken en gevolgen. Taakcohesie heeft te maken met de mate waarin teamleden samenwerken om een gezamenlijk doel te bereiken, terwijl sociale cohesie betrekking heeft op de mate waarin de leden van het team elkaar mogen en om die reden graag onderdeel van het team willen uitmaken.


De Group Environment Questionnaire (GEQ)
Maar hoe is de groepscohesie nu te meten? Caron, Wildmayer en Bradley ontwikkelde in 1985 de Group Environment Questionnaire (GEQ).
GEQ 
is ontwikkelt om alle vier de dimensies van groepscohesie te meten. Dit is een betrouwbare methode.
Zie: groepscohesie/testen


Teamcohesie is een dynamisch proces
Teamcohesie hangt met een groot aantal variabelen samen. Er zijn vier categorieën:
  1. Omgevingsfactoren: mensen die verder van elkaar wonen vormen minder snel groepscohesie
  2. Persoonlijke factoren: sommige mensen hebben een sterkere cohesie dan anderen
  3. Leiderschapsfactoren: taakcohesie is sterker in teams van coaches die meer sociale steun, training en instructie en positieve feedback geven, een democratisch stijl is scoort het beste
  4. Teamfactoren: hangt samen met team-zelfvertrouwen
De relatie tussen cohesie en prestatie is circulair: cohesie beïnvloedt prestatie, die op zijn beurt weer invloed heeft op cohesie. Soms wordt daarbij de invloed van prestatie op cohesie als iets groter ingeschat dan die van cohesie op prestatie.
0
Teambuilding 

Kenmerken van teambuilding:
  • Verbeteren van groepsprocessen
  • Teamleden leren samenwerken, zodat zij hun kennis en vaardigheden beter op elkaar afstemmen en daardoor beter presteren
  • Vergroten van de teamcohesie: de groep wordt een hechtere eenheid en de groepsleden zien de groep ook als een hechtere eenheid
  • Bevorderen van de samenwerking in een team en de solidariteit tussen teamleden
In de essentie gaat het bij teambuilding om het beter functioneren in een team: een grotere eenheid die beter samenwerkt en beter presteert.
Uit het model voor de bestudering van groepsdynamische processen kunnen aanknopingspunten worden gehaald voor teambuilding, zoals:
  • Verduidelijking van rollen en het leren accepteren van de verantwoordelijkheden die daarbij horen 
  • Groepscohesie: aandacht besteden aan alle vier de dimensies daarvan
  • Verbeteren van communicatie en interactie
  • Herkenbaarheid van de groep vergroten, als de groep zich onderscheidt van andere groepen versterkt dat het gevoel van eenheid
In directe teambuildingsinterventie werkt de teambuildingsdeskundige direct met de spelers en de coach van het team. De sterke en zwakke punten van het team kunnen bijvoorbeeld met behulp van performance profiling in kaart worden gebracht. Afhankelijk van wat de uitkomst is, kan hieraan worden gewerkt. Bij de indirecte benadering van teambuilding werkt de sportpsycholoog samen met de coach aan het ontwikkelen van teambuildingsstrategieën die vervolgens door de coach worden geïmplementeerd. Dit vindt plaats in vier fasen: fase van introductie, fase van verduidelijking van begrippen, oefenfase en de interventiefase. 

In de laatste fase vindt de eigenlijke teambuilding door de coach plaats.
Het stellen van doelen is een van de beste manieren om groepscohesie te vergroten. Er is dan sprak van team goal setting. Daarnaast is het creëren van een gevoel van groepsidentiteit ook van belang voor goed functioneren. Als het team het gevoel heeft herkenbaar te zijn en zich te onderscheiden van andere teams draagt dat bij aan de cohesie van het team.

Teamtraining

Sportprestaties van een team worden in sterke mate beïnvloed door het groepsproces. Voor een team is het van groot belang dat de talenten van de teamleden optimaal worden benut zodat het team maximale prestaties levert. Mentale training voor teams heeft als doel om het sportteam zo efficiënt mogelijk te laten functioneren. Eventueel kan het worden gecombineerd met individuele mentale training voor de leden van het team.

Teamtraining is nuttig voor elke groep sporters. Het is geschikt voor zowel teams uit teamsporten als voor ploegen van individuele sporten (bijvoorbeeld een schaatsploeg).

Enkele voorbeelden van thema’s die in de teamtraining naar voren kunnen komen:

  • Communicatie tussen spelers en trainers
  • Groepsprocessen en teamdynamica
  • Teamsamenstelling
  • In kaart brengen van sterke en zwakke punten en deze op elkaar afstemmen
  • Teamdoelen stellen
  • Teamrollen