Sportpsychologie in het voetbal

Hoewel het nut van sportpsychologie stilaan begint door te dringen in de conservatieve wereld van het voetbal, is de vraag naar sportpsychologen en mental-coaches nog steeds niet erg groot. Wel is er algemeen meer erkenning ontstaan, zo ook bij de traditionele voetbalbonden. De clinics voetbalpsychologie worden nu erkend door de KNVB waardoor trainers extra studiepunten kunnen vergaren bij het volgen van zo'n clinic en is voetbalpsychologie een vast onderdeel geworden tijdens de tweedaagse van TC2-cursisten in Zeist. De algemene verwachting is dat voetbalpsychologie of het gebruik maken van een mental-coach binnenkort tot het standaardpakket van elke Nederlandse en Belgische (prof)club zal behoren. 

Perceptieprobleem


Het grootste struikelblok is het algemeen beeld wat mensen van psychologen hebben. Ze worden vaak vergeleken met psychiaters en zo wordt de indruk gewekt dat spelers die gebruik maken van een sportpsycholoog mentaal ziek zijn. Wat mijn inziens het perceptieprobleem van sportpsychologie helemaal niet ten goede komt is het optreden van personen zoals de zichzelf Life/Topsportcoach noemende John Troost. Deze clown werd in 2013 door John van de Brom binnen gehaald bij Anderlecht. Het optreden van Troost zorgde voor hilarische momenten en voer voor sceptici
van de psychologie zoals Derksen en van der Gijp in het programma Voetbal Insite. (zie filmpjes hieronder) Door John Troost optreden werden door de heren Derksen/van de Gijp in hun programma regelmatig wat oude anekdotes opgehaald over hun bevindingen en in hun ogen de onzin van de sportpsychologie. Van de Gijp rakelde over hoe hij ooit bovenop Gerald Vanenburg moest gaan zitten en Derksen noemde zijn sportpsycholoog bij VVV altijd 'juffrouw'. Ja het was lachen om die psychologen.




De trainer/coach


Onderstaand tekst is een passage uit het artikel "Wie wil winnen moet leren daar zo min mogelijk aan moeten denken" (door: Huibrecht Boluijt,  n.a.v. zijn lezing op 10 november 2011, VVON-District Zuid 1
Huibrecht Boluijt is Drs. in de gezondheidspsychologie te Middelburg


 

Als je als coach wilt doordringen tot de psyche van de ander (het fundament van het functioneren) dan moet je ook en vooral de de confrontatie met jezelf durven aangaan en ook metaal dynamisch zijn. En dat is het tegenovergestelde van inflexibel, rigide en rechtlijnig.
De coach is niet degene die leidt, de interactie tussen de coach en sporter(s) is bepalend voor het proces. Mensen (én sporters en coaches zijn mensen) zijn gecompliceerde wezens, elk uniek. Rationele, irrationele en emotionele gedragingen en processen vragen om een psychologische blik. Een vinger achter iemands doen en laten krijgen, vraagt soms om een extra deskundigheid. Ook een coach kan gebruik maken van testen om zichzelf beter te leren kennen. Als een coach zichzelf beter kent is een coach meer in staat om het menselijk gedrag te observeren, interpreteren om zodoende te begrijpen welke rationele gronden en welke emoties het menselijk en sportieve gedrag bepalen, waarop de coach dan weer zijn eigen gedrag kan afstemmen.
Ik zeg tegen coaches altijd: "De zoektocht naar hoe je de begeleiding van de ander kunt optimaliseren legt jezelf de moreel-ethische plicht op om te onderzoeken wie jezelf als coach bent" Als je probeert te kijken naar methoden en technieken die zijn in te zetten naar en voor de ander, moet je ook leren kijken naar jezelf.

Wat zijn jou doelen, karakter en wat is jouw (sport)achtergrond en persoonlijke en sportieve geschiedenis? Wat neem jij van jezelf mee in de ontmoeting met de ander? Wie ben jij als mens en als coach in de ontmoeting met de ander, waaronder dus de sporter(s) die je begeleidt? Sportpsychologische interventies toepassen veronderstelt een grondige zelfkennis van de coach. Focus dus eerst op jezelf als coach en daarna op de ander.

Dat is een voorwaarde en de kern voor effectieve mentale coaching, niet alleen en sportverleden (met successen) hebben. Ook jezelf en je karakterologische blinde vlekken (h)erkennen is dus van belang. Je zou dus kunnen zeggen dat naast het volgen van allerlei trainingscursussen ook eens een stukje persoonlijke therapie niet zo'n slecht idee is.
Het gaat dan over je grondhouding, wie ben jij in de GROND van je bestaan, wat is je persoonlijkheid en hoe is die als instrument in te zetten in de interactie met de ander, de ander die de prestatie immers leveren moet. 

Enkele tips van Huibrecht:
  • Beperk je als coach, ben nederig en eenvoudig, erken dat niet jij het succes brengt maar dat onder andere de kwaliteit van de relatie tussen jou en je speler(s) het fundament vormt voor het beter presteren.
  • Het presteren is een uitkomst van een bi-directioneel proces (bi-directioneel = 2 richtingen)
  • Veiligheid is de enige bron van waaruit de prestatie geoptimaliseerd kan worden
  • Het creëren moet worden overgelaten aan de sporter zelf in plaats dat de creativiteit kapot wordt gemaakt door allerlei verboden en geboden wat met tactiek noemt.
  • Laat je spelers weten dat spelers mogen falen en dat ze daarmee de verantwoordelijkheid voor hun handelen ook volledig zelf dragen. Hoe vaak nog worden (ook in de top) spelers behandeld als monddode blind volgzame individuen die zelf niet zouden weten hoe de sport beleefd en uitgeleefd moet worden.
  • Spelers zijn (intuïtief) slimmer dan menig coach vaak in alle ijdelheid denkt. Een goede coach is een coach die met weinig (ingrijpen) juist veel weet te bereiken.
  • Transparantie, veiligheid, succesbeleving, voorspelbaarheid en consequentie in het handelen zijn uitgangspunten bij het coachen die enorm veel aandacht vereisen.
  • Zorg dat je de aandacht niet altijd richt op de problemen in plaats van dat het accent wordt gelegd op dat wat wel goed gaat.