Coördinatie en techniek contra motorische vaardigheden


Wat is coördinatie en wat is techniek
Hiervoor hebben we de volgende definities:
  • Coördinatie  = De organisatie van de besturing van het motorisch systeem
  • Techniek = Het zo doelmatig en op een zo economisch mogelijke wijze uitvoeren of oplossen van een bewegingsopgave waarbij men probeert de deelimpulsen van diverse lichaamsdelen over te brengen op het algemeen lichaamszwaartepunt of op het materiaal wat verplaatst moet worden
  • Motorische vaardigheden zijn: De fysieke eigenschappen zoals uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, lenigheid met hun variatie daarin zoals duurkracht, krachtuithoudingsvermogen, explosieve kracht, snelkracht, uithoudingsvermogen in snelheid en snelheid uithoudingsvermogen.
Coördinatie en techniek: zijn belangrijke schakels en zijn de meest belangrijkste prestatiebepalende factoren binnen de sport. Coördinatie en techniek is voor sportprestaties belangrijker dan motorische en sportbasisvaardigheden (kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, lenigheid en de verschillende variaties hiervan. De motorische basisvaardigheden zijn voorwaarden om op basis van een optimale techniek een (top)prestatie te kunnen leveren. Deze motorische basisvaardigheden worden in de sport ernstig overschat ten opzichte van de techniek. Men kan stellen dat ingeval er geen coördinatie aanwezig is er geen optimale techniek van een sport kan worden uitgevoerd waardoor er geen goede prestatie kan worden gerealiseerd. Coördinatie en techniek geeft het verschil aan tussen sport, topsport en elitetopsport. De ontwikkeling van de eigenschappen wordt mede bepaald door de aanleg van het individu. Immers: van een Zeeuwse knol maak je nimmer een renpaard.
Mijn stelling luidt daarom dan ook: Coördinatie is de basis van de techniek waarbij de techniek de basis is van de prestatiesport’.
Coördinatie en techniek is te vergelijken met het bouwen van een huis. Een goede fundering (coördinatie en techniek) zorgt er voor dat je een goed, hoog en stevig huis (prestatie) kunt bouwen.
Meer weten over Coördinatie? bezoek onze pagina 

Techniek
Zoals we al hebben gemeld is techniek het zo doelmatig en op een zo economisch mogelijke wijze uitvoeren of oplossen van een bewegingsopgave waarbij de sporter probeert de deelimpulsen van diverse lichaamsdelen over te brengen op het algemeen lichaamszwaartepunt of op het materiaal wat verplaatst moet worden.

Een simpelere definitie en meer voetbalgericht zou kunnen zijn:
"Met de juiste bewegingsvaardigheid, (kracht, timing, balans, coördinatie enz..) een voetbalbeweging uitvoeren"
Techniek is op de volgende pijlers gebouwd:
  • Fysieke prestatiefactoren
  • Bewegingsgeheugen
  • Analytisch vermogen
Allen uiten zich in de beheersing van motorische acties en toegenomen motorisch leervermogen

Aanleren van techniek
Techniek aanleren geschiedt altijd in het begin van de training (een vermoeide spier/zenuw leert niets). Tevens techniek trainen aan het eind van de training (onderhouden van de techniek onder vermoeide omstandigheden). Het aanleren van de techniek dient altijd plaats te vinden na de warming-up, voordat de vermoeidheid intreedt. Is de techniek eenmaal voldoende ingeslepen en geautomatiseerd, dan kan de techniek geoefend worden in samenhang met de andere motorische basisvaardigheden: kracht, snelheid of het uithoudingsvermogen. In het laatste geval, het uithoudingsvermogen, zal de geautomatiseerde techniek altijd aan het eind van de training geoefend worden.

Het aanleren van techniek gebeurt in vier fasen:
Fase 1: Ontdekken en aanleren van de grove bewegingen.
Fase 2: Aanbrengen van de fijnere details
Fase 3: Het stabiliseren van de gehele beweging zodat het aantal mislukkingen van de bedoelde bewegingshandeling zo min mogelijk plaats vindt
Fase 4: Het automatiseren van de beweging. Onder allerlei omstandigheden (inclusief stress) en met de grootst mogelijke intensiteit en met toenemende vermoeidheid de beweging nog optimaal, effectief onder controle hebben,
Pas in de 3e fase maar vooral in de 4e fase zal er niet meer geoefend worden met volledige pauze of met andere woorden een volledig herstel. De speler zal moeten leren met toenemende vermoeidheid nog effectief te blijven handelen. De feitelijke aanpassing vindt pas plaats in de oefenpauze (rust) en het herstel naar de totale training. Wat we hier hanteren is het principe van de herhaling. Het inslijpen van een bepaalde beweging of bewegingsverloop vraagt om veel oefenen en herhalen. Oefen en herhalen onder corrigerend oog van de trainer/begeleider, met veel feedback van eigen bewegingsgevoel en het zien van het resultaat. 

Afleren is veel moeilijker dan aanleren
Dus Dus fouten zoveel mogelijk vermijden zodat deze niet verkeerd worden ingeslepen. Teveel eenzijdige herhalingen kunnen ook remmend werken. Dan kan er een barrière gevormd worden en zal de progressie in de ontwikkeling van de speler stagneren.
Arbeid rust verhouding en herhalingen
Bij conditionele trainingen bestaan er goede richtlijnen voor rustpauzes. Bij techniektrainingen bestaan er bijna geen richtlijnen. De vraag van trainers is dan ook vaak van: 'hoeveel herhalingen van bijvoorbeeld één Coerver oefening in een training herhaald moet worden'?.
Algemeen principe:
Techniektraining zo veel mogelijk in onvermoeide toestand
Maar ook in wedstrijdverband is de speler niet altijd uitgerust, dus soms mag een techniektraining verder doorgang vinden bij het optreden van vermoeidheid
Onderscheid continue en discrete taken:
  • Continue taken: Rust respecteren tijdens techniektraining, anders permanente vertraging van leerproces
  • Discrete zaken: Vermoeidheid is negatief voor prestatie, maar niet voor het leerproces (i.v.m. motivatie: niet overdrijven met het trainen van techniek onder vermoeidheid)
De kunst van de trainer is aan te voelen het optimaal aantal herhalingen, waarvan nog veel effect (resultaat) te verwachten is, met een variatie, waardoor er constant van een overload en aanpassing, sprake is. Bij voldoende herhaling is gelijktijdig sprake van het verbeteren van bepaalde motorische basisvaardigheden

Individueel trainen:
Vooral jeugdspelers willen zich meten met anderen en hierop kan een trainer perfect op inspelen. Laat de spelers een oefening uitkiezen (huiswerk volgens hun leeftijd) en laat iedereen deze oefening de volgende week op training voordoen. Koppel hieraan misschien een score, dit om op het eind van het jaar de spelers met een diploma te belonen. Maak de spelers en ouders ervan bewust dat oefenen thuis, bij jonge kinderen, leidt tot spectaculaire ontwikkelingen.


Pepijn Lijnders "Er bestaan geen slechte spelers"

Tenslotte een passage uit het vakblad de dugout uit 2014. Waarin Pepiin Lijnders (huidig assistent trainer bij Liverpool) techniektraining naar ons inziens nog het beste verwoord.

Professionaliteit en mentaliteit heeft volgens mij niets te maken met het niveau van je club, maar wel met hoe je over je sport nadenkt en op welke manier je een optimale prestatie nastreeft. Er bestaan geen slechte spelers. Er is enkel een verschil in niveau. Iedereen kan een bepaald niveau aan. En wat doe je om elke keer weer jezelf te verbeteren?
De basistechniek van Xavi, Kaka, Fabregas en Cristiano Ronaldo behoort tot de absolute wereldtop. En toch ontwikkelden ze elk hun eigen stijl. Die verschillende stijlen komen allemaal aan bod: de lange dribbels van Lionel Messi, de scharen en de uitvalspassen van Ronaldo, het instinctief afwerken van Zlatan Ibrahimovic, de eerste balaanname van Xavi of Iniesta. Ik omschrijf het begrip techniek als het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van je verbeeldingsvermogen, van het vooruit denken. Ik wil een actie ondernemen en ik heb daar bepaalde middelen voor.

Het verbeteren van je techniek is dus iets anders dan het trainen van een balcontrole bijvoorbeeld. Technisch handelen is voor elke speler anders.Techniek staat voor mij altijd in relatie met rendement en efficiëntie binnen wedstrijdsituaties, met spelers om je heen en met almaar minder tijd en ruimte. Situaties veranderen ook continu. Die omstandigheden moet je dus nabootsen op training om het vooruit denken, het anticiperen en het oplossend vermogen permanent te prikkelen. Met de nadruk op het kijken en het positioneren. Hoe meer technische capaciteiten, des te meer verbeeldingsvermogen een speler ontwikkelt. En hoe groter de druk, hoe sneller situaties veranderen. Zo bereik je technisch een hoger niveau.