0
Techniek & Huiswerk

Om goed te kunnen voetballen zal elke speler de basisvaardigheden van het voetbal eigen moeten maken. Techniek is altijd gekoppeld aan de bedoeling van het spel. Het is per definitie doelgericht, Een middel om iets te bereiken. Om iets over techniek te kunnen zeggen moet allereerst de bedoeling van het spel begrepen worden. Techniek komt overeen met het beheersen van de bal en kan niet beschreven, besproken en dus ook niet onderwezen worden zonder de betekenis van dit middel (de techniek) erbij te betrekken. Een vergelijking kan gemaakt worden met bijvoorbeeld het leren autorijden. Men leert autorijden door achter het stuur aan het verkeer deel te nemen. De handelingen zijn middel om te 

komen van A naar B. De instructeur geeft niet het stuur mee aan de leerling om het draaien van het stuur thuis te oefenen omdat daar het probleem niet ligt! Hetzelfde geld voor het leren voetballen. Zodra een bal ook maar enigszins wordt beheerst, is het tijd om technische vaardigheden te oefenen in voetbal-eigen situaties. Alleen op die manier leren kinderen techniek te gebruiken om bedoelingen na te streven. Techniek is middel om het spel te kunnen spelen.
Passage uit boek 'Coachen van jeugdvoetballers' KNVB 2004

Weer die oude discussie

Uit bovenstaande passage komt weer de oude discussie naar voren, van wat was nu beter, de toenmalige Zeister Visie of de Coerver methode? De Zeister Visie gaat (of ging) uit dat voetbal (dus ook de techniek) verbeterd wordt door het veel te doen. Hier is helemaal niets op af te dingen en is een waarheid als een koe. 

Maar nu even terug te komen op het leren autorijden. Voordat je daadwerkelijk je eerste rijles neemt en de weg op gaat is het voor de leerling wel prettig om te weten hoe hij moet schakelen. Mocht de leerling uberhaubt geen kennis bezitten van de besturing van de auto dan zal de instructeur deze vaardigheden eerst geïsoleerd met de leerling moeten oefenen. Heeft de leerling voldoende geoefend en heeft hij voldoende kennis van de besturing, dan rijd de instructeur naar een afgelegen plek waar de leerling voor het eerst zijn rondjes mag rijden. Heeft de leerling dat onder de knie dan pas zal instructeur met zijn leerling deel gaan nemen aan het verkeer.

In mijn visie heeft de KNVB nog steeds gelijk "Je leert voetballen door veel te voetballen" Maar de KNVB vergat daarbij een ding, kinderen voetballen vandaag de dag niet veel meer! De enige tijd die ze aan voetbal besteden is de 1 of 2 x trainen in de week waarin ze totaal hooguit een half uur een partijspel spelen. We kunnen ons niet voorstellen dat de beginnende speler in deze trainingen zijn techniek echt snel zal verbeteren. Stel de instructeur stuurt bij de 1e autorijles zijn leerling de snelweg op. Er komen dan zoveel dingen op hem af dat hij het onderdeel schakelen niet snel zal verbeteren, en dat is bij voetbal net zo. Techniek leer je door geïsoleerd een vaardigheid aan te leren, deze vaardigheid beoefenen met je maatjes, dan in een partijtje je kunstjes vertonen en dan pas de snelweg op. Al zullen de meningen hierop altijd verdeeld blijven.

Veel te weinig balcontacten

In het vakblad de Dug-Out schreef Michel Bruyninckx, lesgever aan het Koninklijk Atheneum Leuven-Topsportschool, het volgende: "In de wereld van de gymnastiek beseft men al lang dat herhalen, eigenlijk repetitieve coördinatie, de sleutel tot succes is. Vandaar dat de parameter, 30.000 herhalingen van een beweging, zo vaak geciteerd wordt in dit milieu. Houdt het voetbalmilieu hiermee rekening? Hier wordt zeer duidelijk waarom wij zo'n zwakke technische spelers afleveren, want de traditionele training en wedstrijd haalt met moeite 100 balcontacten per speler."
Analyse


Gerd van den Bossche (Jeugdtrainer KV Mechelen) nam de proef op de som en deed een analyse naar het gemiddeld aantal balcontacten op de club per week. Mijn kritische analyse van de 'moderne trainingen' gaf hetzelfde (negatieve) resultaat. Een snelle en ingrijpende aanpak dringt zich dus op! De wekelijkse trainingsmomenten waarbij aan de individuele techniek wordt gewerkt, volstaan absoluut niet. Ook niet op nationaal niveau."

Gerd van den Bossche: "Tijdens een wedstrijd zijn er per minuut maximum vijftig seconden balcontact voor alle spelers samen. De bal is immers niet altijd in het veld of aan de voet van een speler. Als tien spelertjes (tot U9) onderling een wedstrijdje spelen, heeft iedereen per minuut dus gemiddeld vijf seconden de bal.

Na 50 minuten heeft een spelertje dus slechts 250 seconden (4'10'') balcontact gehad. Met twee wisselspelers per ploeg komt men al niet meer aan drie minuten. Bij pupillen (U10) die met acht tegen acht spelen, worden dat 156 seconden (2'36''). Met twee wisselspelers per ploeg komt men aan 2'05''. Bij ploegen die (2x30') met elf tegen elf spelen (,U11, U12 en U13), zakt dit cijfer tot 115 seconden als er twee wisselspelers zijn

Het aantal balcontacten tijdens een training hangt af van de oefenstof en is dus moeilijker in te schatten. Soms zie je nog lange wachtrijen, maar bij efficiëntere uitvoeringen mogen we uitgaan van een gemiddelde van acht balcontacten per minuut per speler. Als we op elk balcontact een tijdsduur van twee seconden plakken, wat maximaal is, dan heeft een speler na anderhalf uur trainen dus slechts 24 minuten zijn techniek geoefend!

Het per week is schrijnend. Zelfs een jongere die drie keer per week anderhalf uur traint en in het weekend een wedstrijd speelt, is geen 75 minuten aan de bal geweest. Dat is dus minder dan elf minuten per dag! Het besluit is dan ook even hard als duidelijk: het is uitgesloten dat men een topvoetballer kan worden met zo weinig balcontacten

Nederland
In tegenstelling tot België trainen de pupillen in Nederland bij een amateurvlub hooguit 2 x 1 uur in de week wat neerkomt op:
2 uur + wedstrijd zaterdag = 33 minuten = nog geen 5 minuten per dag balcontact
1 uur + wedstrijd zaterdag = 17 minuten = nog geen 2 ½ minuut per dag balcontact


Huiswerk

Gerd van den Bossche "Ik sta onverkort achter de opleidingsvisie van de KBVB. De MIM-methode (opwarming-wedstrijd-vorm-tussenvorm-wedstrijdvorm-cooling down) vind ik perfect. Het meegeven van voetbalhuiswerk ligt perfect in het verlengde van deze visie. Ik benadruk duidelijk 'in het verlengde'. Ik pleit er niet voor om tijdens de groepstrainingen alleen maar aandacht te besteden aan louter individuele oefeningen. Wanneer de omstandigheden het toelaten, moet je als trainer zo veel mogelijk aandacht besteden aan functionele techniek, bijv. de bal aannemen met een tegenstander in je rug.

Conclusie

Ook in Nederland is er niets mis met de opleidingsvisie van de KNVB en is de methode (warm-up - Kern 1 - Kern 2 - Eindvorm) een uitstekende methode. Maar willen we niet nog meer achter raken in Europa dan wordt het tijd dat we meer aandacht gaan schenken aan het individueel verbeteren van de techniek door middel van het geven van huiswerk. Alleen komt hier weer de mentaliteit om de hoek kijken, zijn de Nederlandse pupillen bereid om extra tijd in hun voetbalontwikkeling te steken? En is de Nederlandse pupillentrainer bereid om meer energie te steken in het verbeteren van de techniek? Helaas denk ik vaak dat dit (mentaliteit) de werkelijke oorzaak is van het het steeds verder wegzakken van het Nederlandse voetbal. Maar ik hoop dat ik ongelijk heb en dat we weer vlug met ze'n allen de snelweg op kunnen.

Huiswerk meegeven hoe doe je dat?

De beste website over techniektraining en huiswerk is nog altijd de Belgische site voetbalhuiswerk.be. Zij tonen àlle voetbalbewegingen die ooit op een voetbalveld gedaan zijn, in een apart filmpje (met indien nodig het leerproces). Deze site is nooit klaar: er komen regelmatig nieuwe oefeningen bij en er worden ook steeds meer wedstrijdsituaties getoond.

Als je trainer bent van gemotiveerde spelers, kan je het zo doen: 
  1. Eerst leer je enkele oefeningen aan 
  2. Daarna verzend je via mail de nummers van die oefeningen (spelers vergeten soms de bewegingen en zo kunnen ook hun ouders die oefeningen zien) 
  3. Een week later organiseer je tijdens de training een wedstrijdsituatie waarin die technieken gebruikt worden. 
Natuurlijk zijn er tal van manieren hoe jij het huiswerk voor je spelers kunt organiseren. Maar het belangrijkste blijft hoe jij het als trainer voor elkaar krijgt om je spelers aan te zetten tot wat extra oefeningen thuis. Hoe kun je, je spelers motiveren, enthousiasmeren, prikkelen, en stimuleren voor wat extra inspanning. Maar dat is weer de kunst van de trainer!