O
Het zenuwstelsel
o
Het zenuwstelsel is een ingewikkeld en oneindig complex systeem waar de wetenschap nog heel veel niet van weet.
Daarom zullen we op deze pagina niet heel diep ingaan op deze complexe materie, maar proberen we kort uit te leggen wat het zenuwstelsel is, doet en de rol die het heeft in het voetbal. Wil je veel meer weten over het zenuwstelsel dan zijn er natuurlijk weer voldoende informatie-links voorhanden op deze pagina.

Wat is het:
Het zenuwstelsel is een complex netwerk van zenuwen en cellen die berichten aan en van de hersenen en het ruggenmerg aan diverse delen van het lichaam dragen. 
De hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen vormen samen het zenuwstelsel.
Het zenuwstelsel omvat zowel het centrale zenuwstelsel (CZS) als perifeer zenuwstelsel (PZS)
Het centrale zenuwstelsel wordt samengesteld uit de hersenen en het ruggenmerg en het perifeer zenuwstelsel wordt samengesteld uit de somatische (willekeurig) en autonome (onwillekeurig) zenuwstelsels.

Het centrale zenuwstelsel:
Het centrale zenuwcentrum kan gezien worden als de controlekamer en heeft drie functies:
  1. Het ontvangt informatie van de zintuigen over ons lichaam en over onze omgeving. Deze informatie wordt ook wel sensorische informatie genoemd. (Sensorisch = onze zintuigen geven informatie)
  2. Het verwerkt deze informatie en verbindt dit met andere informatie bijvoorbeeld wat in je geheugen is opgeslagen
  3. De verwerkte informatie wordt gebruikt om de spieren en organen aan te sturen


Het Perifeer zenuwstelsel:
Het perifeer zenuwstelsel bestaat uit zenuwbundels die signalen sturen van je zintuigen naar je centraal zenuwstelsel spieren en organen.
Het perifeer zenuwstelsel wordt samengesteld uit twee delen het somatisch en het autonoom zenuwstelsel.

Het somatisch zenuwstelsel:
Het somatisch zenuwstelsel geeft via sensorische neuronen (zenuwcellen) informatie door aan het centraal zenuwstelsel. 
Bijvoorbeeld bij het raken van een hete pan, zullen de hersenen via de motorzenuwen de spieren vertellen om je hand zo snel mogelijk terug te trekken. Vaak is dit een bewuste reactie.

Het autonoom zenuwstelsel:
Het autonoom zenuwstelsel controleert de zenuwen van de binnenorganen van het lichaam waarop de mensen geen bewuste controle hebben.
Zo kan je bijvoorbeeld niet tegen je hart zeggen dat het harder moet gaan kloppen.

Het autonoom zenuwstelsel bestaat op haar beurt weer uit het sympathische zenuwstelsel en het parasympathische zenuwstelsel.

Het sympathische zenuwstelsel:
Het sympathische zenuwstelsel bereidt het lichaam, indien nodig, voor op het tegemoet treden van een crisis. In een spannende situatie zal bijvoorbeeld je hartfrequentie automatisch omhoog gaan en zal de doorbloeding naar de actieve spieren verbeteren om snel te kunnen reageren op het naderende ‘gevaar’.

Het parasympathisch zenuwstelsel:
Het parasympathische zenuwstelsel, is juist het tegenovergestelde en is actief wanneer het lichaam in rust verkeert. Het regelt bijvoorbeeld de spijsvertering en urinelozing en zorgt voor een lagere hartfrequentie.



De rol van het zenuwstelsel bij voetbal
In fysiologische zin is het zenuwstelsel de basis voor het voetbal.
Spieren kunnen nog zo krachtig en snel zijn, als ze door het zenuwstelsel niet op de juiste manier worden aangestuurd zullen de voetbalhandelingen ook niet correct worden uitgevoerd.
Het zenuwstelsel  is een regelsysteem waar alle beslissingen worden genomen, spieren staan onder de directe regie van het zenuwstelsel.

Voetballen is het oplossen van voetbalproblemen door de hersenen waarbij de spieren slechts een middel zijn om de oplossing ook daadwerkelijk uit te voeren. Mensen (voetballers) nemen dingen waar en op basis van die waarneming wordt hun handelen bepaald. 
Dus voetballers moeten situaties herkennen zodat ze weten wat ze moet doen; bij balverlies, balbezit etc.

Het waarnemen van voetbalsituaties (sensoriek)

Sensorische informatiebronnen:
De speler wordt met een voetbalprobleem geconfronteerd, om een juiste beslissing te nemen moet hij de ontstane spelsituatie herkennen, daarbij staat waarneming centraal. De ogen (het zicht) van de speler is natuurlijk hierbij zijn belangrijkste hulpmiddel.
Maar de mens kent veel meer sensorische informatiebronnen zoals:
* De oren (het gehoor): een medespeler roept je iets toe over het ontstane voetbalprobleem
* Het gevoel: In de huid zitten tactiele sensoren. Zij zorgen voor gevoel en worden geactiveerd bij lichamelijk contact, als bijvoorbeeld een speler in je rug zit.
* Bewegingsgevoel: in de spieren zitten kinesthetische sensoren, denk hierbij aan de soepelheid waarmee een schijnbeweging wordt uitgevoerd.
* Het evenwichtsorgaan: Dit orgaan geeft informatie om in complexe voetbalsituaties het evenwicht te behouden.
Al deze sensoren geven de speler informatie over het eigen bewegen en de steeds veranderende situaties in het veld.

Ex-afferente en re-afferente informatiebronnen:
0
Afferente informatie en/of signalen: zijn signalen die naar het centraal zenuwstelsel toekomen (sensorische info) (afferent =aanvoerend)
0
Sensorische informatie kan verdeeld worden in twee catogerieen; ex-afferent en re-afferent.
0
Re-afferente informatie zijn signalen die worden veroorzaakt door beweging en vertellen je over de toestand van het lichaam en geeft informatie over de gevolgen van je eigen beweging zo levert het maken van een voetbalactie ook informatie op en voel en zie jezelf wat het resultaat van deze voetbalactie is.
0
Ex-afferente informatie zijn signalen over de omgeving en die niet veroorzaakt worden door je beweging. Hierbij kun je denken aan het spelverloop, de terrein of weersomstandigheden en de informatie van je trainer etc. 

0


Motoriek
Nadat in de hersenen een beeld is ontstaan van de spelsituatie en is besloten welke voetbalhandeling daarbij het beste past, moet deze handeling vervolgens ook uitgevoerd worden. Op dat moment wordt het motorisch deel van het zenuwstelsel actief.
De hersenen sturen dan vervolgens signalen naar de spieren die de voetbalhandeling moeten uitvoeren.
Dit zijn vaak hele complexe signalen, want er liggen meerdere gebieden bij elkaar  die onderling verantwoordelijk zijn voor de aansturing van een groep spieren. De signalen bevatten informatie over welke spier, wanneer, hoe lang en met welke kracht moet samentrekken.
Bij een voetbalactie wordt de complexiteit alleen nog maar groter want daar zijn wel vijf tot tien spieren tegelijkertijd bij betrokken.
Dit samenspel van de spieren zorgt dat de voetballer de actie goed en in evenwicht uit kan voeren.
Dit hele proces wordt weer gecoördineerd door het zenuwstelsel.

Coördinatietraining
Hel doel van crdinatietraining is het samenspel tussen spieren te verfijnen, zodat steeds meer sprake is van harmonie.
Door crdinatietraining zullen voetballers beter in staat zijn hun voetbalacties, soepeler en efficiënter uit te voeren.

Bewuste en onbewuste component
De functie van het centraal zenuwstelsel kan worden onderverdeeld in twee componenten een bewuste en een onbewuste component.
Bij een onbewust component moet men denken aan bijvoorbeeld de hartslag, bloeddruk en de reflexhandelingen.
Bij het aanleren van bijvoorbeeld een schijnbeweging moet de voetballer zijn aandacht volledig richten op de uitvoering van deze beweging en dit is een bewuste component.

Door crdinatietraining en techniektraining zal de coordinatie, de techniek, de handelingssnelheid en het zelfvertrouwen van de voetballer toenemen en zal de voetballer steeds beter en sneller in staat zijn de beweging uit te voeren zonder er verder bij na te denken. (onbewust)
Door deze verbetering kan de voetballer zijn aandacht ook veel meer richten op andere dingen die rondom hem in het veld gebeuren.
Het streven is uiteindelijk últra-stabiliteit' te bereiken. Dit houdt in dat de voetballer onder alle omstandigheden de beweging of techniek goed uit kan voeren.