O
Algemene trainingsleer een uitgebreid begrip

Algemene trainingsleer is een te uitgebreid en complex begrip om alle wetenschappelijke informatie hiervan op een pagina samen te vatten. Daarom zullen we op deze pagina ingaan over het begrip trainingsleer. Maar wilt u echt alles weten over de algemene trainingsleer dan kunt u altijd terecht op onze link/informatiepagina over trainingsleer en inspanningsfysiologie:


Wat is trainingsleer?

Trainingsleer is een toepassingsgericht kennissysteem dat zich baseert op wetenschappelijke inzichten uit diverse disciplines en zorgvuldig gedocumenteerde ervaringen uit de trainingspraktijk.

Met andere woorden:

De manieren hoe je er voor kunt zorgen dat de prestatie wordt verbetert...
De leer die zich hier mee bezighoud noemt men trainingsleer.

Voor ons voetbaltrainers betekent het eigenlijk niets meer, dan dat je kennis moet bezitten om je team/spelers tijdens het seizoen op een verantwoordelijke wijze van trainingsprikkels te voorzien met als doel de (voetbal)conditie en daarmee de prestatie van je team/spelers te verbeteren.


Wat is inspanningsfysiologie?

Inspanningsfysiologie onderzoekt wat er tijdens inspanning/training met het lichaam gebeurt.
Een inspanningsfysioloog is iemand die van buiten af naar het binnenste van het lichaam kijkt, om zo te analyseren waar de beperkende factor in het lichaam zit tijdens inspanning. De belangrijkste onderwerpen binnen de inspanningsfysiologie zijn de energiesystemen die ons lichaam van energie voorziet en het transport van zuurstof door ons lichaam



Wat is trainen?

Trainen is het planmatig toedienen van trainingsprikkels, met als doel de sportprestaties te verbeteren.
Trainen is het oefenen en verbeteren van het prestatievermogen binnen een sport.


Wat zijn trainingsmethodes?

De trainingsmethodes bepalen in wat voor energiesysteem je traint en welke verschijningsvorm van de bewegingseigenschap je traint. Dit bepaal je concreet door:
  • De gekozen trainingsinvulling: Kracht - snelheid - uithoudingsvermogen - lenigheid
  • Het aantal herhalingen
  • De afstand
  • De arbeid-rust verhouding enz. 
Trainingsmethodes beantwoorden dus de vraag: 
Wanneer train ik - hoe train ik en wat ga ik trainen.



Het verschil tussen trainingsmethodes en trainingsvormen

Trainingsmethoden en trainingsvormen worden nogal eens verward met elkaar.
Trainingsvormen hebben primair invloed op de organisatie van jou training.
In mindere mate hebben de vormen ook invloed op de invulling van jou training.

Simpel vertaald:
Je wilt het uithoudingsvermogen trainen: = Methode
Je doet dit door 6:6 te spelen op een half veld: = Vorm

De methoden en vormen dienen hand in hand te gaan voor een effectieve training en een optimaal resultaat, in sommige gevallen overlappen de methoden en vormen elkaar.

Trainingsmethoden: = 1. Invulling training - 2. structuur van de training
Trainingsvormen: = 1. structuur van de training - 2. Invulling training



Factoren die de sportprestatie positief of negatief kunnen beïnvloeden:

De sportprestatie staat voor elke serieuze sporter centraal. Hij/zij zal alle mogelijkheden aanwenden om een verbetering van zijn individuele prestatie te realiseren. Dit is zeker niet gemakkelijk, gelet op de hoeveelheid en verscheidenheid aan factoren die de sportprestatie positief of negatief kunnen beïnvloeden...


Iedere speler is anders en heeft zijn eigen specifieke vaardigheden of tekortkomingen.
Voor een trainer is het belangrijk met name dit laatste punt te signaleren. Via individuele training kan aan deze tekortkomingen worden gewerkt. Niet alleen de speler maar ook het team als geheel wordt hier op lange termijn beter van.



De grondmotorische eigenschappen

Aan de basis van het fysieke prestatievermogen van elke sporter staat een aantal grondmotorische eigenschappen: kracht, snelheid en uithoudingsvermogen. De drie factoren zijn onderling met elkaar verbonden. Voor een marathonloper is vooral het uithoudingsvermogen van belang, voor de sprinter snelheid en voor de gewichtheffer kracht. De grondmotorische eigenschappen zijn dus altijd sportgebonden.

Voorbeeld belang van grondmotorische eigenschappen sportspecifiek
Sporttak: Kracht: Snelheid: UHV: FLEX: Coördinatie:
Duursporter x x xxx x x
spelsporter xx xx xx x xx
Sprinter xx xxx x xx xxx
x = minder belangrijk - xx = belangrijk - xxx = zeer belangrijk



Grondmotorische eigenschappen voetbal

Voetballers maken gebruik van een combinatie van deze drie factoren.
Hiermee wordt al direct de complexiteit van de voetbalconditie aangegeven.
Voetballers maken niet alleen gebruik van kracht, snelheid en uithoudingsvermogen maar ook van snelheidsuithoudingsvermogen, krachtuithoudingsvermogen en snelkracht.





Definities van de grondmotorische eigenschappen

Uithoudingsvermogen:

Het uithoudingsvermogen geeft simpel gezegd aan hoe lang een bepaalde inspanning kan worden volgehouden.
Het vermogen om gedurende langere tijd sport te bedrijven en om weerstand te bieden tegen optredende vermoeidheid
We onderscheiden:
- Het algemeen uithoudingsvermogen: dit is altijd aëroob van aard
- Het specifieke uithoudingsvermogen: hier is sprake van zowel 
aëroob als anaëroob 


Snelheid:

Het begrip 'snelheid' is zeer algemeen
Diverse verschijningsvormen: startsnelheid - anticipatiesnelheid - reactiesnelheid - versnellingsvermogen - snelheidsuithoudingsvermogen - herhaald kort sprintvermogen en maximale snelheid

Kracht:

Net als snelheid is 'kracht' een veelzijdig begrip. Definitie zou kunnen zijn: Het vermogen van de spieren om kracht te leveren voor al het bewegen. Bij voetbal denk je dan aan: sprongkracht, duelkracht etc.
Diverse verschijningsvormen: krachtuithoudingsvermogen - explosieve kracht - snelkracht - maximale kracht - statische kracht etc. Bij voetbal praten we natuurlijk over voetbalkracht.


Bij uithoudingsvermogen, snelheid en kracht hebben we enerzijds te maken mat capaciteit en anderzijds met vermogen:

Capaciteit = de aanwezige hoeveelheid energie, de beschikbare brandstofpool

Vermogen = de hoeveelheid energie die per tijdseenheid kan worden vrijgemaakt

Capaciteit dient als basis voor vermogen

Beiden zijn door voeding en training te beïnvloeden




Flexibiliteit/Lenigheid:

Lenig zijn betekent een grote bewegingsuitslag kunnen maken in een gewricht waarover een spier of spiergroep loopt.
Onder flexibiliteit en lenigheid verstaan we; de aanwezige functionele bewegingsmogelijkheid, deze is sportspecifiek.

Coördinatie:

De samenwerking tussen het centraal zenuwstelsel en de spieren noemt men coördinatie.
Voor elke uitgevoerde beweging zijn er spieren nodig die zich samentrekken en spieren die zich ontspannen. Andere blijven samengetrokken om het lichaam te stabiliseren. Het proces waarmee alle spieren gelijktijdig worden gestuurd, heet coördinatie.

Alle vier voorafgaande grondmotorische eigenschappen (uithouding-kracht-snelheid-flexibiliteit) zijn verweven met coördinatie

De relatie van de grondmotorische eigenschappen

Kracht en snelheid beïnvloeden elkaar wederzijds positief  en zijn in feite onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zo zal snel stabiliseren altijd samengaan met excentrisch contraheren (het afremmen van een snelle beweging). De overige grondmotorische eigenschappen hebben deze positieve relatie niet of nauwelijks.
- Door het trainen van je uithoudingsvermogen verlies je pure snelheid
- Explosieve krachttraining vermindert de flexibiliteit 


Cyclisch bewegingsverloop =

zuurstofsysteem levert brandstof die direct wordt gebruikt om arbeid te leveren
continu bewegingsverloop

  vb: marathonloper, wielrenner


A-cyclisch bewegingsverloop:
zuurstofsysteem alleen levert onvoldoende brandstof om alle inspanning te dekken
intermitterend bewegingsverloop (stoppen, starten, versnellen,…)

  vb: voetballer