O
Het zuurstoftransportsysteem

Het zuurstoftransportsysteem bestaat uit het hart, de ademhaling en het bloed.
Zoals de naam al doet vermoeden, is de belangrijkste taak van dit systeem het verplaatsen van zuurstof uit de buitenlucht naar de spieren in het lichaam. Het bloed transporteert daarnaast ook voedingstoffen naar de spieren. Het zuurstoftransportsysteem is essentieel tijdens inspanning want zonder zuurstof en (voedingstoffen) zijn spieren (bijna) niet in staat arbeid te leveren.

Zuurstoftransportsysteem

De onderdelen van het zuurstoftransportsysteem

Het hart:
Het hart is de motor van het zuurstoftransportsysteem. Het bloed uit alle delen van het lichaam verzamelt zich steeds weer in het rechterdeel van het hart. Daar vandaan wordt het bloed naar de longen gestuurd alwaar het van nieuwe zuurstof wordt voorzien. Het bloed keert vervolgens terug naar het linkerdeel van het hart. Het hart stuurt het zuurstofrijke bloed uiteindelijk naar de verschillende lichaamsdelen.

De hartslag:
De hierboven genoemde bloedverplaatsing is mogelijk doordat het hart regelmatig samentrekt. Het samentrekken is het gevolg van een elektrische prikkel die in het hart ontstaat. Het bloed wordt (via bloedvaten) als het ware naar een andere plek geperst.
De hormonen bepalen hoe vaak die prikkel wordt opgewekt en dus hoe hoog iemands hartslag is.

De bloedcirculatie:
De functie van het hart is het rondpompen van het bloed door het hele lichaam.
Het hartritmevolume is de totale hoeveelheid bloed die het hart uitpompt per minuut. De hoeveelheid bloed die wordt uitpompt per hartslag
wordt het slagvolume genoemd. De hartslag heeft betrekking op het aantal keren dat het hart samentrekt per minuut. Tussen deze drie 
variabelen bestaat de volgende relatie: Hartminuutvolume = hartslag x slagvolume                                                                                         
In rust wordt zo'n 80 milliliter bloed door het hart uitgepompt per hartslag (slagvolume).
Een gemiddelde hartslag bij volwassenen is 60 tot 70 slagen per minuut dit is afhankelijk van leeftijd en conditie.
Het hartminuutvolume van een gemiddeld persoon is in rust dus ongeveer 4.8 t/m 5.6 liter (60 en/of 70 x 0.08)
Bij inspanning neemt het hartritmevolume toe, dit als reactie op een grotere zuurstofbehoefte in de actieve spieren.
Een toename van het hartritmevolume van 5 liter per minuut tijdens inspanning is niet ongebruikelijk.

De ademhaling
Bij het inademen bevat de lucht ongeveer 21% zuurstof. Een deel van de zuurstof wordt in de longen door het bloed opgenomen. 
Dit bloed wordt vervolgens weer naar het hart gestuurd waar het over de rest van het lichaam wordt verdeeld. De zuurstof die niet in het vloed terecht komt, wordt weer uitgeademd. Door de hoeveelheid zuurstof in de ingeademde en uitgeademde lucht met elkaar te vergelijken, ontstaat een beeld van de hoeveelheid zuurstof die door de spieren is opgenomen. Het ademminuutvolume is de hoeveelheid lucht die per minuut wordt ingeademd. In rust is dit ongeveer 5 liter per minuut. Tijdens inspanning hebben spieren meer zuurstof nodig en zal de ademhaling toenemen.
Bij ongetrainde personen kan de ademhaling tijdens extreme inspanning een waarde van 100 liter per minuut aannemen. Bij getrainde personen zijn waarden van meer dan 200 liter per minuut gemeten.

Het bloed
Het bloedvolume van een volwassen persoon is gemiddeld 5 liter. Bloed is opgebouwd uit vloeistof en deeltjes; de ratio tussen de deeltjes en het volume wordt hematocriet genoemd. Hematocriet is een maat voor de hoeveelheid rode bloedcellen (erytrocyten) in verhouding van de rest van het bloed. Ongeveer 40-45% van het bloed bestaat uit rode bloedcellen, het overige deel bestaat uit witte bloedcellen. 
Hoe hoger het hematocriet is, hoe groter de zuurstofcapaciteit van het bloed is. Als het bloed langs de longen stroomt bindt het hemoglobine zuurstof aan zich (Hemoglobine is een eiwit in de rode bloedcellen dat zorgt voor het transport van zuurstof). Als de hemoglobine is aangekomen bij de spier die zuurstof nodig heeft dan laat het hemoglobine de zuurstof weer los. Een te lage concentratie hemoglobine kan voor een verminderd zuurstoftransport zorgen.
0
De spier haalt niet alleen zuurstof uit het bloed. Ook voedingsstoffen zoals koolhydraten, vetten en eiwitten komen via het bloed in de spier terecht. Het bloedplasma is verantwoordelijk voor het transport van dergelijke voedingsstoffen naar de spieren. In de spier worden dan alle voedingsstoffen omgezet in energie. Een van de afvalproducten van dit proces is kooldioxide (CO2). De CO2  wordt uit de spier via het bloedplasma, naar de longen getransporteerd waar het vervolgens uit het lichaam verdwijnt, (uitwisseling van Oen CO2).
Tijdens inspanning speelt het bloed nog een belangrijke rol. Het transporteert warmte, dat wordt geproduceerd door actieve spieren naar de huid waar het aan de omgeving wordt afgestaan. Door een grotere bloedstroom naar de huid tijdens inspanning kan oververhitting worden voorkomen.



 
Afkortingen & Woordenlijst:
Alveoli = Longblaasjes
Arterieel = Slagaderlijk/met betrekking tot de slagaderen
Arteriële bloeddruk = Essentieel om alle lichaamsorganen van zuurstof te voorzien
CO2 = Kooldioxide
Diffusie = De beweging van deeltjes van een plaats met hoge concentratie naar een plaats van lage concentratie
DiffusieO = De beweging van zuurstof
Doderuimteventilatie = Ventilatie van die delen van de alveoli (longblaasjes), die niet worden doorbloed
Erytrocyten = Rode bloedcellen
Enzym = Een eiwit, dat een bepaalde reactie versnelt, een katalysator
O2 = Zuurstof in de lucht wat wij inademen
QO2 = Zuurstofgebruik
QCO2 = Zuurstofproductie
VO2 = Koolstofdioxide 
VCO2 = Koolstofdioxideproductie
VO2 = Zuurstofopname (de hoeveelheid zuurstof die het lichaam verbruikt per minuut)
VO2max = De grootste hoeveelheid zuurstof die p/m door het lichaam kan worden opgenomen
Hematocriet = Een maat Hematocriet is een maat voor de hoeveelheid rode bloedcellen (erytrocyten) in verhouding van de rest van het bloed.
Hemoglobine = Een eiwit dat in het bloed voorkomt, is een belangrijk deel van erytrocyten zorgt voor het transport van zuurstof
Ventilatie = Het verplaatsen en verwisselen van lucht in de longen
Mitochondrie = De mitochondrie is gespecialiseerd in het produceren van ATP met zuurstof. De mitochondrie kan dat doen door koolhydraten en vetten met zuurstof af te verbreken. Bij de verbranding van koolhydraten en vetten is zuurstof nodig en wordt er koolstofdioxide, water en ATP geleverd door de mitochondrie.
De mitochondrie is te vergelijken met een energiecentrale die in de cel zit
Mydoglobine = Het zuurstofbindend eiwit dat in grote hoeveelheden voorkomt in de spieren
Perifeer = Aan de buitenzijde van het lichaam gelegen
Perfusieratio = Verhoudingsgetal tussen die delen van de geventileerde long waar ook bloed door de longcapillairen stroomt
Respiratie = Ademhaling
Substraat = is in de biochemie een stof die via een chemische reactie wordt omgezet met behulp van een enzym als katalysator.