Coördinatie
0
Het centraal zenuwstelsel 'De basis van coördinatie'
De basis voor de coördinatie is het centrale zenuwstelsel. Het brein is een zeer complexe systeem wat voor de wetenschap een nog zeer onontgonnen en mysterieus gebied is. Als het brein op zich al raadselachtig is dan is de taakuitvoering en het tot stand komen van deze taakuitvoering (coördinatievermogen) nog ingewikkelder. De coördinatie kan men vergelijken met een oerwoud. Het is een jungle met veel duistere en onopgeloste drijfveren. Het verklaren van deze jungle is voor wetenschappers een gecompliceerd vraagstuk. Dat houdt in dat de theorieën van leren en bewegingssturing, continue moet worden bijgesteld omdat alle simplificaties ver afwijken van het complexe geheel.
0
Coördinatie is zeer ingewikkeld. Als we coördinatie moeten gaan definiëren dan is dit vanuit ons vakgebied (trainingsleer/conditietrainer) zeer simplistisch. Er worden verschillende definities gehanteerd. Een eenvoudige maar toch veelomvattend is de definitie van de bewegingswetenschapper Berndstein. Deze zegt: "Coördinatie is de organisatie van de besturing van het motorische systeem”. Dit impliceert dat men informatie moet waarnemen via allerlei sensoren zoals het visuele systeem, het vestibulaire systeem (evenwichtsorgaan), het proprioceptieve systeem (sensoren in onder anderen huid, gewrichten, gewrichtskapsel, peesplaten en musculatuur) en het auditieve systeem (waarnemen via de oren). Na de waarneming zal deze informatie worden verwerkt binnen het centrale zenuwstelsel (brein) en moet worden getransformeerd naar het uitvoeren en leren van bewegingen. 
0
In deze jungle moeten we de complexiteit van het bewegingsapparaat niet miskennen. Het bewegen van een mens is een wankel evenwicht ten opzichte van zichzelf en zijn omgeving. De mens heeft ontelbare bewegingsmogelijkheden de zogenaamde vrijheidsgraden. Het is een mirakel dat een mens kan bewegen en zich kan aanpassen, met deze zeer vele vrijheidsgraden, met allerlei soorten informatie via vele sensoren welke informatie verwerkt moet worden binnen het centrale zenuwstelsel in een meestal minimale tijd (in duizendste van een seconde). Zoals we kunnen concluderen is het brein de centrale motor. Niets voor niets wordt er daarom gezegd dat de botten en spieren de slaven zijn van het brein.
0
Het uitvoeren van bewegingen, vooral in moeilijke technische sporten is een fraai staaltje van regeltechniek om fijne bewegingen in instabiele evenwichtssituaties optimaal uit te voeren. Een mooi voorbeeld is een turnster op de evenwichtsbalk, een kogelslingeraar in de atletiek of een skiër tijdens een slalom-wedstrijd. De sporter kan nog zoveel kracht, uithoudingsvermogen, snelheid of lenigheid bezitten, als de musculatuur niet op het juiste moment en wijze worden aangestuurd zal de prestatie achterwege blijven. Dit houdt voor ons methodisch handelen in dat trainingseffecten altijd specifiek getraind moeten worden. Alleen dan zal de aansturing in tijd (timing ) geoptimaliseerd worden
Bovenstaand artikel is een passage uit het artikel "Coördinatie en techniek visie"uit 2008 van 'Hennie Bottenberg, (Kampen) ,Docent 'trainingskunde'
'trainingsadviseur', 
http://sporttrainingsleer.blogspot.nl
Zie: Het zenuwstelsel



Wat is coördinatie (definities)
Coördinatie =
  • Het vermogen van het zenuwstelsel om motorische prikkels aan de juiste spiergroepen door te geven, zodat daaruit een aan de omstandigheden aangepaste, ruimtelijk en precieze, doelgerichte en economische bewegingsuitvoer volgt. (Kiphard 1972)
  • De organisatie van de sturing van het bewegingsapparaat (afhankelijk van de context waarbinnen bewegingen zich afspelen) (Savelbergh)
  • Het harmonisch en economisch samenwerken van spieren, zenuwen en zintuigen om doelgerichte, stabiele bewegingsacties en snelle situatie-aangepaste reacties (reflex) tot stand te brengen (Symons)
  • De organisatie van de besturing van het motorisch systeem (Berndstein)
Een iets meer simplistische weergave zou kunnen zijn, "De samenwerking tussen het centraal zenuwstelsel en de spieren heet coördinatie". Coördinatie is een zeer belangrijk onderdeel van de sport. Door middel van het verhogen en verbeteren van het coördinatievermogen zal een breed fundament worden gelegd van de bewegingsvaardigheid. Dit coördinatievermogen wordt door een breed aanbod van de basisvormen van het bewegen beoefend. Hoe beter het coördinatievermogen is ontwikkeld hoe sneller een techniek aangeleerd en gecorrigeerd kan worden. Het is de basis van de techniek.

Relatieschema Coördinatie

Componenten:
1. Reactievermogen:
Het reactievermogen is het vermogen om snel te kunnen reageren op een auditief, visueel of tactiel signaal. Simpel gezegd, spelers moeten snel reageren op iets wat tijdens de wedstrijd gebeurt. Maar alleen snel reageren is niet genoeg in voetbal speelt timing een grote rol wanneer zet ik welke actie in.
2. Koppelingsvermogen:
Het koppelingsvermogen is het vermogen om opeenvolgende voetbalacties optimaal te coördineren. Het gaat met name om de overgang van de ene actie naar de andere. Voetballers maken zelden maar één actie, zo wordt het geven van een voorzet vaak voorafgegaan door een dribbel, een schijnbeweging en een versnelling. Een voetballer moet het vermogen ontwikkelen snel van de ene naar andere actie over te gaan. Een voetbalwedstrijd is immers een aaneenschakeling van voetbalacties.
3. Oriëntatievermogen:
Het oriëntatievermogen is het vermogen de lichaamshouding te veranderen in ruimte en tijd op basis van waarneming (oriëntatie) 
Keuzes van bepaalde acties en de uitvoering daarvan worden altijd beïnvloed door wedstrijdelementen Door veel te voetballen gaan spelers herkennen welke actie zij in een bepaalde situatie moeten maken en ook op welk moment dat zij dat moeten doen. Aan de basis van de juiste actie en het juiste moment uitvoeren van die actie staat het 
oriëntatievermogen. 
4. Differentiatievermogen:
Het differentiatievermogen is het vermogen binnen een totale beweging heel precies deelbewegingen uit te voeren. Elke beweging bestaat immers uit een aantal deelbewegingen die achter elkaar in tijd moeten worden uitgevoerd. Een voorbeeld is als een voetballer een duw krijgt van zijn tegenstander. Op het moment van de duw is er een verstoring. Op het moment van de verstoring moet de speler weten met welke deelbeweging hij bezig was en welke deelbeweging nog moeten worden uitgevoerd om de actie af te maken.
5. Evenwichtsvermogen:
Het evenwichtsvermogen is het vermogen om het lichaam in evenwicht te houden (bij een verstoring) of na een beweging deze toestand te controleren of te herstellen.
6. Wendbaarheid:
Wendbaarheid is het vermogen van een speler om tijdens het uitvoeren van een beweging op basis van een waargenomen veranderde (spel)situatie de beweging aan deze nieuwe situatie aan te passen.
7. Ritmegevoel:
Ritmegevoel is het vermogen om bewegingen uit te voeren op een bepaald ritme. 
Elke dynamische beweging heeft een ritme. Als een beweging met het juiste ritme wordt uitgevoerd, oogt het heel soepel en natuurlijk. Heeft een speler minder ritmegevoel zal hij moeite hebben om hebben om bepaalde voetbalbewegingen soepel uit te voeren.

Handelingssnelheid
De zeven componenten van coördinatie gecombineerd met kracht, snelheid, lenigheid en uithouding van een speler resulteren in een bepaalde handelingssnelheid die leidt tot het bewegingsverloop.
Door invloed van techniektraining en het motorisch leren van de speler kan deze handelingssnelheid worden verhoogd, met een optimaler bewegingsverloop tot gevolg.

Coördinatie in het voetbal
0
Voetbaltechniek & Coördinatie
Bij voetbaltechniek ( technische coördinatie of balbeheersing) spelen verschillende aspecten een rol:
  • De globaal dynamische coördinatie (lichaamsbeheersing) = coördinatie met het hele lichaam. Een goed lichaamsbesef bevordert doelbewust handelen.
  • Proprioceptie = het gevoel in de spieren en de feedback door het eigen lichaam over het resultaat van de uitvoering. Bijvoorbeeld het gevoel dat je in je trapbeen hebt bij het nemen van de vrije trap.
  • Intermusculaire coördinatie = samenwerking tussen spieren of spiergroepen, voorbeeld: samenwerking van de buigende en strekkende spier bij nemen van een vrije trap
  • Oog-hand coördinatie = vaardigheid om de handen te sturen in functie wat de ogen zien, voorbeeld: Een hoge bal plukken, een redding van een keeper met een hand.
  • Oog-voet coördinatie = vaardigheid om de voeten te sturen in functie wat de ogen zien, voorbeeld: balcontrole,  bal leiden, dribbelen etc.
Coördinatie en voetbaltechniek (weetjes) 
  • Bepalen het vermogen om bewegingstechniek (snel) aan te leren
  • Zorgt voor samenspel tussen zintuiglijke waarneming (sensorisch) en lichamelijke uitvoering (motorisch)
  • Techniek moet vooral in voetbalspecifieke situaties worden getraind
  • Leer techniek van het begin af goed aan!  Want eens foutief aangeleerd, is het zeer moeilijk en tijdrovend om het af te leren.
  • De zeven componenten hebben invloed op techniek
  • Herhaling van een beweging of een combinatie van verschillende bewegingen zorgt voor aanpassing in het zenuwstelsel en een betere coördinatie.
  • Het verbeteren van de coördinatie zorgt ervoor dat er meer info onbewust wordt verwerkt en resulteert in een verhoogde automatisering (speler moet minder nadenken bij een beweging)
  • Het automatiseren van voetbaltechnieken via techniektraining is energiebesparend. Daardoor kan de speler meer aandacht besteden van wat er in het veld gebeurt en niet enkel bezig zijn met de uitvoering van de technische beweging.
Voetbaltactiek Coördinatie
Met tactische coördinatie wordt bedoeld het vermogen hebben om het spel vooruit te zien, vooruit te denken als een schaker, dat je goed kunt anticiperen op de komende spelfases. Om dit te kunnen bereiken moet je vooral veel voetballen en trainen in de context die de wedstrijdsituaties zo dicht mogelijk benaderd.
0
Looptechniek & Coördinatie
0
Het looppatroon van een voetballer
  • Voetballers leggen gemiddeld 8 tot 12 km af in een wedstrijd
  • De afgelegde afstand varieert met de positie van de speler (middenvelders grootste afstand)
  • Circa 25% van de afstand zijn stappen - 37% joggen - 20% lopen - 11% spurten - 7% achteruit lopen/stappen
  • Elke wedstrijd vraagt om een gemiddeld 800 tot 1200 verschillende opeenvolgende acties per speler (joggen, sprinten, stoppen, joggen, draaien, springen, keren, koppen, joggen, sprinten, tackelen)
  • Minder dan 2% van de activiteit gebeurt in balbezit
Looptechniek
  • Aandacht voor looptechniek bij voetballers is belangrijk
  • Een goede looptechniek zorgt voor een hogere snelheid en is energiebesparend
  • Een verbeterde looptechniek heeft een grote invloed op het sprintvermogen
  • Lopen in atletiek = is geen lopen in voetbal (remmen - opnieuw versnellen - hoeken lopen - duel)
Sprinttechniek
Een technisch goede sprintstijl laat zich als volgt beschrijven:
  • Het hoofd is altijd in rust
  • De armen zwaaien om en om tot kin-hoogte naar voren maar de schouders blijven in rust
  • Bij elke pas is er een krachtige knie-inzet
  • De enkels worden bij elke afzet goed uitgestrekt
  • Er wordt geheel op de voorvoet gelopen
Voor een voetballer is het belangrijk dat hij goed kan waarnemen wat er om hem heen op het veld gebeurt, ook al is hij op volle snelheid ligt. Als het hoofd te veel beweegt tijden het rennen, heeft de speler een minder overzicht en zal hij niet kunnen reageren op veranderende spelsituaties.

De armzwaai fungeert als ondersteuning van het afzetbeen. Een krachtige armzwaai geeft een extra impuls aan het lichaam. Het is belangrijk dat de schouders tijdens de armzwaai ontspannen blijven anders vindt verkramping plaats in de romp hetgeen een negatieve invloed heeft op de doorbloeding van het lichaam. Ook een ferme knie-inzet naar voren gericht geeft een extra impuls aan het lichaam. Een ander voordeel van een hoge knie-inzet is dat het de paslengte vergroot. 

Heel kenmerkend voor veel voetballers is dat zij tijdens het sprinten hun enkels niet gebruiken. 
Ze zetten af met een platte voet. Als voetballers hun enkels zouden gebruiken bij de afzet (enkels strekken tijdens een sprint) dan zou de grotere afzetkracht resulteren in een hogere sprintsnelheid.

Misschien wel het belangrijkste is dat voetballers op hun voorvoeten moeten rennen. Als iemand op zijn voorvoeten staat, kan hij veel sneller zijn bewegingen veranderen dan wanneer hij op de gehele voet staat. . Aangezien dat voetballers continu moeten anticiperen op steeds veranderende spelsituaties is het zaak om op de voorvoeten te lopen. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de enkelstrekking beter kan worden uitgevoerd


Oefeningen coördinatie & looptechniek: open hier
0
Coördinatietraining jeugdvoetballers
Hoewel coördinatietraining geschikt is voor zowel jeugdvoetballers als volwassen voetballers, is het beter hier zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Algemeen is men er van overtuigt dat de algemene coördinatieve vaardigheden van zeer jonge leeftijd met zichtbaar resultaat trainbaar zijn. 

De sterke plasticiteit van de primaire zenuwprocessen verzekert de informatie opname uit de buitenwereld en maakt deze voor de kinderen imiteer-baar. 
Bijgevolg levert dit in de totale lichaamscoördinatie van jong schoolkind (7-9 jaar) tot jonge volwassene (meisjes 16/17 jaar, jongens 18/19 jaar), een enorme groei op. 
Het zenuwstelsel leert daardoor snelle reacties uit te voeren. Zeker tijdens de groeispurt is het aan te raden jeugdspelers nadrukkelijk te onderwerpen aan specifieke snelheids- en coördinatie-oefeningen. 
Het zenuwstelsel is in die fase namelijk leergierig.



 
Gerelateerde pagina's
Trainingsleer
Sporttraining