Snelheidstraining 
o
Het voetbal wordt steeds sneller en de ruimte waarin gespeeld wordt steeds kleiner. Spelers zullen vaker moeten sprinten of lichaamsschijnbewegingen moeten maken om los te komen van hun tegenstander. De afstand die gemiddeld wordt gesprint in het voetbal ligt tussen de 1 en 40 meter. Soms is een sprint langer maar zelden meer als 60/70 meter. Ook snelheid is zeer algemeen en kan worden opgedeeld in verschillende componenten
0 0
Componenten snelheid:
  • Reactiesnelheid
  • Startsnelheid
  • Versnellingsvermogen
  • Snelheiduithoudingsvermogen
  • Herhaald kort sprintvermogen
Reactiesnelheid - Reactievermogen
Reactiesnelheid/vermogen wordt steeds belangrijker in het voetbal. Zoals eerder gemeld wordt het spel steeds sneller en wordt het als speler steeds moeilijker om in de vaak zeer kleine ruimte los te komen van je directe tegenstander. Een voorbeeld: 9 (spits) maakt een loopactie, waardoor ruimte ontstaat en wordt in die ruimte aangespeeld. Het reactievermogen is de tijd die de spits nodig heeft om in eerste plaats 'het zien' van de vrije ruimte, vervolgens het zien van de diep-gespeelde bal om te zetten in de beslissing om diep te sprinten en dit om te zetten in de contractie van de spieren.
De volgende stadia speelt zich dan af bij de spits: 

Cristano Ronaldo race tegen de professionele sprinter David Rodrigues
Prikkel - doorsturen naar CZ - verwerking  en ontstaan van prikkel van spier - doorsturen prikkel naar juiste spieren - spierconcentratie
0 0
De oefenvormen om het reactievermogen te verbeteren moeten:
  • Maximale inzet hebben
  • Zeer kort zijn: 1' tot enkele seconden
  • Maximaal 25 herhalingen bevatten  
  • Rust van 1 tot 2 seconden

Trainen van het reactievermogen

Startsnelheid
De grootste winst bij het verbeteren van startsnelheid is te behalen in de eerste afzetpas(sen). Dit kan het beste gebeuren via sprintoefeningen uit stand. 
Het gaat om de afzetkracht van de eerste 3-4 passen dus eigenlijk zou je het ook een krachttraining kunnen noemen. Deze kracht wordt geleverd uit de snelle spiervezels, hoe meer snelle spiervezels hoe groter de afzetkracht. Het aantal spiervezels is erfelijk bepaald en niet door training te beïnvloeden. Een andere manier om de startkracht te vergroten, is de snelle spiervezels gezamenlijk meer startkracht te laten produceren. Met andere woorden door via training de in de benen aanwezige spiervezels dikker te maken. Het gaat om de pure afzetkracht dus zul je ook een aantal algemene krachtoefeningen moeten gebruiken.

0
Trainingsmethode startsnelheid
Duur: 1 -2 seconden (3 - 4 passen)
Intensiteit: 100% vanuit stilstand
Herhalingen: 8 - 10
Series: 2 - 4
Rust: 30 seconden tussen herhalingen, 4 - 6 minuten tussen series


o
0
Versnellingsvermogen
Soms moet over een langere afstand worden gesprint, 20 - 40 meter met als doel zo snel mogelijk de maximale snelheid te bereiken.
Bij het vermogen om het lichaam te versnellen, gaat het om een hoog beenritme. Hoe hoger het beenritme hoek vaker wordt afgezet per tijdseenheid. Het zenuwstelsel bepaalt de frequentie waarmee sprintpassen worden gemaakt. Dit is trainbaar door middel van coördinatieoefeningen. Om het het versnellingsvermogen te trainen kun je het beste gebruik maken van vliegende starts, hierbij wordt het lichaam in plaats van explosief heel geleidelijk op snelheid gebracht. De kracht die daarmee wordt uitgespaard, kan worden gebruikt voor het bereiken van hogere sprintsnelheden. 

Trainingsmethode versnellingsvermogen
Duur: 2 - 6 seconden
Intensiteit: 100%, met vliegende start
Herhalingen: 6
Series: 1 - 2
Rust: 1 - 2 minuten tussen herhalingen, 4 minuten tussen series


Oefenvormen om het versnellingsvermogen te verbeteren
Gebruik altijd een vliegende start en gebruik zoveel mogelijk voetbalingrediënten.
Voetballers zie je zelden in een rechte lijn lopen, vrijwel altijd moeten zij op volle snelheid wenden, keren, van richting veranderen of zelf helemaal keren. Ook bij sprintvormen over 20-40 meter moeten deze ingrediënten aanwezig zijn.
Oefenvormen:



0




o 0 0
Snelheidsbarriëre doorbreken (Heuvel af sprinten 6)
Net als de startkracht is ook het versnellingsvermogen gebonden aan een erfelijk bepaalde grens. De snelheid waarmee zenuwprikkels vanuit de hersenen via zenuwvezels bij de spieren terecht komen is bij het snelheidsvermogen de beperkende factor. Hoe groter deze 'geleidingssnelheid' hoe sneller iemand sprintpassen kan maken. Het zenuwstelsel kent echter een Snelheidsbarriëre die zeer moeilijk te doorbreken is. Er bestaan een aantal oefenvormen waarmee toch enige vooruitgang te boeken is één daarvan is de 'sprint van de heuvel'.
Let op! Na de heuveltraining dient direct een versnellingsvorm op het vlakke worden uitgevoerd, om het hoge beenritme naar de normale situatie te vertalen.
o
Trainen van de maximale bewegingssnelheid (trainen met een elastiek)

Met behulp van een elastiek kan een speler een soort van katapult-start worden gegeven. Deze extra impuls aan het lichaam zorgt ervoor dat een hoge maximale snelheid wordt bereikt.
Let op! Werken aan maximale bewegingssnelheid impliceert dat de uitvoerder van de oefening tegen weerstand, na enkele meters (of seconden) wordt losgelaten. Hierdoor wordt een supramaximale bewegingssnelheid bereikt.

Laat men de uitvoerder niet los, dan wordt er hoofdzakelijk op kracht getraind.
0

0
Snelheidsuithoudingsvermogen
Snelheidsuithoudingsvermogen is het vermogen van een speler om in de loopactie naar topsnelheid te gaan en die topsnelheid zo lang mogelijk aan te houden. Hoe beter het snelheidsuithoudingsvermogen, hoe kleiner het verval in sprintsnelheid zal zijn in het laatste gedeelte van zijn sprint. Ook hier zal de (lange) sprint bijna nooit in rechte lijn zal plaatsvinden. Daarom moeten ook bij de training van het snelheidsuithoudingsvermogen allerlei voetbalingrediënten in de oefenvormen worden opgenomen.
0
Trainingsmethode snelheidsuithoudingsvermogen 
Duur: 6 - 10 seconden
Intensiteit: 100%
Herhalingen: 4 - 6
Series: 1 - 2
Rust: 2 - 4 tussen herhalingen
6 minuten tussen series


0

0
Herhaald kort sprintvermogen
Het woord zegt het al, het herhaald kort sprintvermogen is het vermogen van de speler om na een loopactie (sprint) binnen 5 seconden dezelfde inspanning opnieuw te kunnen leveren. Bij het trainen van het herhaald kort sprintvermogen wordt de toename van de ATP- en CP- voorraad verbetert waardoor er een beter herstelvermogen ontstaat. Hoe beter het herstelvermogen des te langer duurt het voordat vermoeidheid het sprintvermogen van de speler negatief gaat beïnvloeden. De trainingsmethode kent veel gelijkenis met dat van de startkracht. Het enige verschil is dat de rust tussen de herhalingen en series korter is.
0
Trainingsmethode herhaald kort sprintvermogen
Duur: 1 - 2 seconden
Intensiteit: 100%
Herhalingen: 6 - 10
Series: 2 - 4
Rust: 10 seconden tussen herhalingen
4 - 6 minuten tussen series


Gerelateerde pagina's
Trainingsleer
Sporttraining