Coerver's Visie

De vaststelling


Ik heb ondanks mijn succes in vele landen, nog steeds geen trainer bezig gezien, die de jeugd opleidt met baltechnieken (die topspelers benutten om uit te blinken), en ze zo vaak liet herhalen tot zij die technieken ook beheersenNaar aanleiding van dit trieste feit moeten we de individuele en offensieve kwaliteiten van de topspelers analyseren en deze aan de jeugd aanbieden door regelmatig en gericht te oefenen; zodat het attractieve in een wedstrijd centraal staat. Hiervoor komen de mensen immers naar het voetbal kijken, niet om het kick en rush of werkvoetbal.
Op het hoogste niveau overheerst fysieke kracht, moeten de spelers zich ondergeschikt maken aan de te volgen tactiek, mogen ze geen risico nemen omdat balverlies ten koste van alles moet vermeden worden. De fysieke en conditionele gesteldheid van de spelers zijn de laatste jaren bijzonder opgevoerd maar hun technische en creatieve ontwikkeling hebben nagenoeg stilgestaan.

Onze velden worden bevolkt met middelmatige werkvoetballers die bedreven zijn in het uitschakelen van hun directe tegenstander, maar die eens ze in balbezit zijn, een machteloze indruk maken. Het is voor onze trainers eenvoudiger een speler op te leiden om de tegenstander het scoren te beletten, in plaats van spelers die met oogstrelende acties scoringskansen creëren tegen een muur van conditionele verdedigers. Als kijkspel wordt voetbal steeds minder interessant maar ook om zelf te voetballen wordt het niet leuker op, de jeugd haakt af en kiest voor andere sporten, waar wel progressieve trainingsopvattingen worden gehanteerd.

Tijdens de voetbaltrainingen tref ik de gekste dingen aan. De voetbaljeugd die staat te popelen om zoveel mogelijk technische vaardigheden met de bal aan te leren, wordt voortdurend lastig gevallen met stretchoefeningen, rondjes rond het veld, om paaltjes sprinten, enz. Tijdens de tennistrainingen zie ik geen tennissers over het net springen, of zwemmers of turners die rond het zwembad of turnzaal hollen. En wanneer bij onze voetballers er eigenlijk ballen op het veld verschijnen moeten ze minuten lang wachten tot ze een beurt krijgen. (filetrainingen). De jeugd ontdekt andere dingen die leuker zijn dan op een voetbalveld achter een bal aan te hollen, zodat het leerproces stagneert. Succes met de bal, is de reden waarom een bepaalde sport met plezier wordt beoefend

Men kan blijven praten in technische commissies, studie- en adviesgroepen, nog meer rapporten samenstellen, met trainingsschema's zwaaien; wanneer men de jeugdopleiding van een voetballer analyseert en vergelijkt met andere sporten, kom je tot de conclusie dat de voetballerij hopeloos faalt. De jeugd moet opgeleid worden door trainers die alle onderdelen foutloos kunnen voordoen, schijn- en passeerbewegingen of andere baltechnieken van Pele, Cruijff, Maradonna, Romario, Van Basten, enz.

In andere sporten is het aantal herhalingen om een bepaalde techniek foutloos te leren spectaculair vermeerderd. De gemiddelde jeugdspelers heeft slechts enkele minuten daadwerkelijk balcontact per week, en daarbij leren ze nog hoe ze een ander het voetballen onmogelijk moeten maken. Mensen die beweren dat voetbal simpel zou zijn, begrijpen er niets van. Voetbal is alleen simpel voor de weinige topspelers die zich met hun superieure technische vaardigheden, op snelheid, in een kleine ruimte, onder druk , meerdere tegenstanders moeiteloos kunnen passeren. Daarbij worden deze spelers niet betaald om ballen te heroveren, werkvoetbal te brengen, maar om toeschouwers naar het voetbal te brengen.
Ondanks dat voetbal een collectieve sport is moeten we de individuele kwaliteiten van een speler benutten, om met de bal aan de voet te leren domineren over hun tegenstander. Zij die nog steeds verkondigen dat spel- en wedstrijdvormen de basis van een jeugdopleiding zijn, moeten maar eens ontdekken hoeveel uren intensief trainen noodzakelijk zijn om met de baltechnieken van de sterspelers in een moeilijke 1 tegen 1 situatie de bal in het bezit te houden. NEE, de backs en de vrije verdediger mogen niet over de middellijn komen, de voorstopper moet zich vastbijten in de spits, bij balverlies moet iedereen zich terug trekken voor het eigen doel, in balbezit moet risico absoluut vermeden worden, ieder potentiële persoonlijkheid moet zich ondergeschikt maken, want winnen is voor de meeste trainers belangrijker dan de technische creatieve ontwikkeling van de spelers.

Bij selectiewedstrijden let men alleen maar op fysieke kracht, atletisch vermogen en dat deze spelers 10 jaar later zich nog steeds handhaven op de fysieke kwaliteiten, interesseert kennelijk niemand zolang er maar gewonnen wordt. En dan vraagt men zich af waarom voetbal steeds minder een boeiende en aanvallende sport aan het worden is

De Oplossing

De trainerscursussen die zijn samengesteld, puilen uit van pietraat over tactische concepten, wedstrijdanalyses en systemen die de spelers in aanvallend opzicht toch niet kunnen uitvoeren door een groot gebrek aan offensieve kwaliteiten. De docenten weten alles over een Coopertest, parcourstrainingen, circuittrainingen, intervaltrainingen, en andere fysieke en conditionele trainingen, die de cursisten zich eigen moeten maken. Geen enkele techniek is met een stopwatch of via een fluitsignaal te leren. Voor alles wat via een fluitsignaal of stopwatch is ontwikkeld, is nog nooit iemand naar een voetbalwedstrijd komen kijken. Topspelers en topteams zijn dus niet afhankelijk van een specifieke fysieke opleiding, zelfs de toptrainers, die een schitterende voetbalcarrière achter de rug hebben zijn afhankelijk van de kwaliteiten van hun spelers. Door hun aangeboren talenten hebben ze weinig begrip voor de minder begaafden, die om in een bepaald onderdeel uit te blinken, uren moeten oefenen. Ook al hebben de toptrainers er de tijd voor, ze missen de inspiratie, overtuigingskracht en het geduld om spelers op te leiden die hun ideeën in de praktijk kunnen uitvoeren. Ondanks het feit dat het maken van schijn- en passeerbewegingen het kenmerk is van alle topspelers, is er nog nooit iemand uitgeput de kleedkamer binnengekomen na een training van deze bewegingen. Dit ontkracht ook het gezegde van al die trainers die trots vertellen, dat ze alles met de bal trainen en na de training de jeugd voldoende tijd geeft om te herstellen.

Technisch zwakke spelers moeten niet hard trainen, ze moeten een bepaalde techniek zo vaak herhalen, tot ze deze met een minimum aan inspanning kunnen uitvoeren. Daarna kan zo'n oefening op volle snelheid, met weerstand en met een tegenstander, worden herhaalt dat men de ideale wedstrijdconditie er spelend door verwerft. Helaas is de werkelijk anders, als de spelers doodmoe, meestal van onpersoonlijke en onrealistische trainingen, de kleedkamer binnen strompelen, is coach, trainer, manager, bestuur, tevreden. Niemand vraagt zich blijkbaar af of de spelers daadwerkelijk iets hebben bijgeleerd. Ondanks deze vaststelling, is er nog veel te weinig zelfkritiek, altijd lag de fout bij de jeugd, de een was te langzaam, de andere te weinig techniek, inzicht, mentaliteit enz.... Niemand realiseert zich blijkbaar dat ze zelf niet in staat zijn geweest deze tekortkomingen op te heffen. Tussen praten en doen ligt in de voetballerij een wereld van verschil. Wanner je als trainer niet intensief en gericht hebt geoefend om alles ZELF onder de knie te krijgen, kun je het onmogelijk op anderen overbrengen. Daarom kun je al die mensen die zich met de jongste jeugd bezig houden, weinig verwijten.

Diegenen die bij de nationale voetbalbonden verantwoordelijk zijn voor de trainers opleidingen moeten de hand in eigen boezem steken en het eigen belang niet langer laten doorwegen. De tijd is nog nooit zo rijp geweest om hier verandering in te brengen want de bibliotheek met onrealistische oefenstof en geestdodende tactische concepten is boordevol. Men moet er eindelijk toe overgaan, trainers op te leiden, die in staat zijn vooral de jeugd de nodige kwaliteiten bij te brengen die onmisbaar zijn met attractieve en individuele acties, openingen en scoringskansen uit te spelen.

Het ontwikkelen van zijn methode


Vanuit bovenstaande inzichten en vaststellingen, begon Coerver eind jaren 70, aan het ontwikkelen van zijn voetbalmethode. Coerver geloofde stellig dat een goede technische vaardigheid 'niet alleen was aangeboren' maar ook kon worden (aan)geleerd.
Uren, dagen, weken bestudeerde hij videobanden van spelers die hem inspireerden. Met een bloknoot op zijn schoot maakte hij notities van de technische vaardigheden van grote spelers waaronder, Pele, Garrincha, Cruijff en vele anderen. Maar niet alleen  
werden de uitvoerende bewegingen op schrift vastgelegd. Coerver maakte de technische vaardigheden zich eigen, en perfectioneerden ze zelfs door uren en uren te oefenen. Zoals een jeugdspelertje die droomt van een profcarrière had ook Coerver in elke hoek van zijn huis een bal liggen om direct zijn voetbalgedachte om te zetten in daden. Coerver ontwikkelde zijn methode naderhand verder met steun en hulp van bewegingswetenschappers van de Nijmeegse universiteit. Begin jaren tachtig schreef hij, naar pas achteraf bleek, een bestseller over zijn van techniek en moderne wetenschap doordrenkte visie. Van dat boek ‘leerplan voor de ideale voetballer’ zijn intussen honderdduizenden exemplaren verkocht tot in alle uithoeken van de wereld